Tegenwoordig is er een brug van ruim twee kilometer tussen de Mont Saint-Michel en het vasteland, maar ik herinner me van mijn bezoek nog een drukke, volle parkeerplaats aan de voet van het eiland. Het was een zondag, begin augustus, midden op de dag. Er was nog precies één plekje over, net ruim genoeg voor het blauwe Peugeotje waarmee we  reisden. Overvallen door de hordes toeristen, maar blij met de plek liepen we het kleine stukje naar de overkant. En daar bleken wonderschone, stille plekjes naast schreeuwerige kermiswinkels en veel te dure restaurants te bestaan.

 

Inmiddels weet ik dat de Mont Saint-Michel UNESCO-werelderfgoed is sinds 1979 en ruim 2,5 miljoen bezoekers per jaar trekt. Daarmee is het na de Eiffeltoren en het kasteel van Versailles het meest bezochte monument van Frankrijk. Voor wie toch niet gelijk een beeld voor ogen krijgt: de Mont Saint-Michel is een rotsig eilandje voor de Normandische kust, vlak voor Normandië Bretagne wordt. Door de sterke getijden in de baai was het eiland bij laagtij te voet te bereiken. En op dat eilandje staat een abdij gewijd aan aartsengel Michaël (Saint-Michel). 

 

Photo by Anton Eprev on Unsplash

 

Al in het jaar 700 werd er op het eiland een kerk gesticht. Aartsengel Michaël was aan de bisschop van Avranches – een nabij gelegen stad – verschenen en had hiertoe de opdracht gegeven. In 709 werd de kerk ingewijd en al ten tijde van Karel de Grote (768 – 814) was de kerk een belangrijk bedevaartsoord. De Mont werd in de 9e eeuw ingenomen door de Noormannen, in de eeuw daarna weer ontzet en in 966 startten de Benedictijnen met de bouw van een klooster. 

 

De spiritualiteit die al zo lang geleden op het eiland werd gevonden staat op gespannen voet met de commercie die je er vandaag treft. Maar wie denkt dat dit massatoerisme en de opportunistisch denkende horeca-ondernemers nieuwe fenomenen zijn, komt bedrogen uit. Toen met de bouw van het klooster werd begonnen – ik onderstreep nog even dat dat al ruim 1000 jaar geleden was – trokken er ook ondernemende hoteliers naar de Mont, slim inspelend op de behoeftes van de pelgrims die in steeds grotere getale kwamen. 

 

In de Middeleeuwen ontstond er dus al een dorp aan de voet van de religieuze bouwwerken, maar dat dorp heeft niet op een zeker moment zijn ziel aan de duivel die toerisme heet verkocht. Die ziel was altijd al door commercieel belang gekleurd. Natuurlijk, de pelgrims van toen zijn niet te vergelijken met de omvang van het toerisme nu, maar het is interessant te bedenken dat een mooie plek ook 1000 jaar geleden al populair was. Misschien zijn sommige reisvoorkeuren tijdlozer en universeler dan we denken.  

 

Photo by Matt Seymour on Unsplash

Coverfoto van Bharat Patil op Unsplash