Het is 7.00 uur ’s ochtends en je wordt wakker van een snerpend geluid. Het lijkt op de lokroep van een vogel. Je doet je ogen een klein beetje open en door je oogharen zie je een samenspel van zon en schaduw op een groen doek. De herkenbare geur van aarde, canvas en een zweem van oude sokken komt je neusgaten binnen en je realiseert je waar je bent. Met enige moeite kom je overeind, je ritst je tent open en kijkt vanuit je slaapzak uit over een meer. Aan de oever staat een wild paard te grazen. Nog slaapdronken stap je op blote voeten naar buiten om water te koken voor een kop koffie. Even later neem je op de dichtstbijzijnde boomstronk de eerste slok van je zwarte bakkie troost. Het is stil. Niemand weet dat je hier bent.

Ik ontdekte het wildkamperen voor het eerst tijdens een fietsreis door Zuid-Amerika. Ik en mijn lief hebben regelmatig ons kampje opgezet in Argentinië, Chili en Bolivia. Eerlijk is eerlijk, in de eerste plaats deden we het omdat we ertoe veroordeeld waren wegens het gebrek aan alternatieve overnachtingsmogelijkheden. Op het Boliviaanse platteland stikt het niet bepaald van de gezellige familiecampings. De eerste keer was doodeng en we waren vooral blij dat we het er levend vanaf hadden gebracht. Maar na een eerste keer volgden er andere keren en langzaamaan raakten we er aan verslaafd. Ook viel het ons op dat het wildkamperen gemeengoed is in Zuid-Amerika bij allerlei soorten reizigers en inwoners. Van eenzame wandelaars tot stelletjes met compleet omgebouwde auto’s en van groepjes fietsers tot families met knalgele camperbusjes. Wildkamperen is namelijk fantastisch! Het is spannend, je hebt de ultieme vrijheid en je komt op de mooiste plekken.

Kamperen is populair onder de Nederlanders maar de meeste mensen geven er toch voorkeur aan om op een camping te staan. Dit is opvallend want in Zuid-Amerika is wildkamperen bijvoorbeeld de normaalste zaak van de wereld (ook onder locals). Misschien is dat zo omdat de regels omtrent wildkamperen in Europa en in het bijzonder in Nederland niet alleen strenger zijn maar ook een stuk strenger nageleefd worden. Of wildkamperen wel of niet legaal is verschilt per land. In sommige landen wordt het gezien als een recht terwijl het in andere landen niet overal wordt toegestaan maar meestal wel wordt gedoogd. Dan heb je nog de landen waar het niet mag op land van de staat maar wel op privéterrein. Zolang je het vraagt aan de landeigenaar is er niks aan de hand. In weer andere landen is het echt absoluut verboden, wordt er streng op gecontroleerd en kun je een fikse boete verwachten als je gepakt wordt. Ook zijn er landen waar überhaupt geen wildkampeerbeleid is. In deze landen wordt het meestal gedoogd. Voor Europa heb ik het wildkampeerbeleid handig voor je op een rijtje gezet. 

 

De eerste keer was doodeng en we waren vooral blij dat we het er levend vanaf hadden gebracht.

 

Zoals je ook onder ‘normale’ kampeerders verschillende types hebt, heb je deze ook onder wildkampeerders. De één wil alleen wildkamperen in landen en gebieden waar dit 100% is toegestaan en een ander vindt het juist spannend dat het stiekem is. Hoe het ook zij, wildkamperen heeft meer voeten in de aarde dan het neerpoten van je tent op een goed uitgeruste camping. Bij dezen daarom de richtlijnen en etiquette van het wildkamperen. Mocht je de stap willen wagen, dan weet je in elk geval waar je rekening mee moet houden.

Tips en tricks bij het wildkamperen:

Zoek een plek waar je niet te zien bent.

Eigenlijk is wildkamperen een soort verstoppertje spelen voor volwassen. Je staat het veiligst en slaapt het lekkerst als niemand kan zien waar je bent. Zorg dus dat je achter een bosje staat, in een greppel of om de hoek van een rots.

Zoek een plek met gunstige omstandigheden.

Ook is het prettig om op een plek te staan waar je optimaal gebruik kan maken van wat de natuur je biedt. Probeer daarom op zoek te gaan naar een plek met bomen (schaduw), water (afwas en persoonlijke hygiëne) en een droge ondergrond. Vermijd onhandige en gevaarlijke plekken zoals drassige looppaden van kuddes dieren of onbetrouwbare rotswanden. Wanneer je op zoek bent naar de ideale plek kan het helpen van tevoren al te kijken op een kaart of Google Maps. Ga vooral op zoek naar locaties waar je komt via kleinere paadjes of wegen. Op de kaart zijn dit soort wegen vaak aangegeven met stippellijntjes.

Kijk naar boven.

Mensen (en ja, jij dus ook) hebben de neiging om naar beneden te kijken. Train jezelf er dus in om juist te kijken naar de hoger gelegen opties. Je zult hier minder snel ontdekt worden en bovendien heb je op deze plekken de minste last van mogelijke modderstromen en regenplassen die ontstaan na een flinke bui. Er is niks erger dan ’s nachts je tent uitdrijven om vervolgens met natte spullen verder te moeten trekken.

Blijf niet rondhangen.

Wanneer je wildkampeert kun je het beste laat arriveren en vroeg weer weggaan. In sommige landen is dit een vereiste om legaal te wildkamperen. Ook voorkom je ongewenste ontmoetingen met mogelijke landeigenaren en/of voorbijgangers en weten zo min mogelijk mensen waar je bent. Blijf nooit langer dan één nacht op dezelfde plek staan. Het is voor niemand leuk om oog in oog te staan met een kwade boer en zijn vier bloeddorstige rottweilers.

Zet je kamp op voordat het donker is.

In het donker kun je de omgeving moeilijk waarnemen. Ook kan het heen en weer zwaaien met zaklampen je locatie makkelijk verraden. Daarnaast is het zonde om een zonsondergang te missen en zal de temperatuur na de zonsondergang al gauw zakken. Dit laatste geldt ook voor de sfeer wanneer je in het pikkedonker nog een tent moet opzetten (ik spreek uit ervaring).

Maak geen open vuur.

In 2011 is ruim 40.000 hectare in het nationale park Torres del Paine (Chili) verbrand omdat een naar verluid wildkamperende toerist het een goed idee vond om z’n gebruikte wc-papier in brand te zetten (zie ook het volgende punt). De brandweer kreeg het vuur pas na negen dagen onder controle en er zijn grote stukken oerbos verwoest. De toerist die dit veroorzaakte had bovendien een flinke schadeclaim aan z’n broek hangen. Nu is dit natuurlijk een extreem voorbeeld, maar het devies luidt om geen open vuur te maken wanneer je wildkampeert. Zelfs niet als het wildkamperen het oermens in je heeft wakker gemaakt. Daarnaast valt vuur in het donker enorm op waardoor men makkelijk ziet waar je precies zit.

Laat geen sporen achter.

Zorg ervoor dat je het landschap en de dieren niet stoort en laat geen rotzooi achter. En inderdaad, dat geldt ook voor bananenschillen en besmeurde wc-papiertjes.

Denk na over het uiterlijk van je tijdelijke onderkomen.

Het is een grotere uitdaging je knalgele camperbus ongezien in de bosjes te plaatsen dan een legergroen eenpersoonstentje. Daar staat tegenover dat je in een auto of busje veiliger bent. Je bent immers met plankgas vertrokken als er ongenode gasten zijn. Een tip van outdoor professionals: denk voordat je een tent aanschaft in wat voor gebied je het meest zal kamperen. Kies een kleur die niet al teveel opvalt in het landschap. De meeste wildkampeerders kiezen voor tenten met een groenbruine tint omdat dit het meest overeenkomt met begroeiing in de natuur. Het staat misschien minder gezellig op Instagramfoto’s maar het is wel veiliger. Een uitzondering hierop is het kamperen in de sneeuw. Het is dan juist veilig om een felgekleurde tent te hebben zodat de hulpdiensten in het geval van lawines je tent snel kunnen lokaliseren.

oranje tent
Prachtige plek, minder geschikte tentkleur. Deze tent is van mijlenver te zien.
Laat je niet leiden door je angst.

Natuurlijk is het hartstikke eng om zomaar ‘in het wild’ te overnachten. Wanneer je op een camping staat voel je je een stuk veiliger want daar zijn andere mensen. Toch maakt juist het gebrek aan andere mensen wildkamperen zo bevrijdend. Wanneer je niet te zien bent vanaf een weg, zal niemand weten waar je bent. De kans dat er mensen moedwillig op zoek gaan naar wildkampeerders is echt heel klein.

En als het toch nodig is, hier zijn drie tips waarmee je je angst kunt beteugelen.

1. Muziek of podcasts luisteren tot je in slaap valt om het piekeren en/of luisteren naar geluiden van buiten te voorkomen.

2. Een gps-apparaat met noodknop meenemen. Hiermee kun je ook zonder telefoonbereik hulpdiensten inschakelen.

3. Slapen met oordoppen om niet wakker te worden van vallende blaadjes, rondscharrelende dieren en ritselende takken. Voor je het weet denk je bij elk geluid dat er een ontsnapte tbs’er voor je tent staat en doe je geen oog meer dicht.

En onthoud te allen tijde: het wordt per keer minder eng dus je moet even door de koudwatervrees heen (ook letterlijk wanneer je je ’s ochtends moet wassen in een bergmeer in Noorwegen).

Heb je na het lezen van dit artikel de smaak te pakken? Wil je het een keer ervaren om wakker te worden in de vrije natuur? Of ben je op zoek naar avontuur en wil je je grenzen verleggen? Plan gewoon een keer een ‘wilde’ overnachting in wanneer je een roadtrip maakt door Europa of begin met een nachtje paalkamperen in Nederland. Het zal spannend zijn maar ook jij zal je eerste wildkampeernacht overleven.


Benieuwd welke wildkampeernachten bij het meest zijn bijgebleven? Hier vertel ik over vijf memorabele nachten!


Mee in de koffer:

We will be free: overlanding in Africa and around South America – Graeme Bell.

Dit boek gaat over de Zuid-Afrikaanse familie Bell bestaande uit Graeme, Luisa en hun kinderen Keelan en Jessica. Ze besluiten om zes maanden door Afrika te gaan reizen met hun landrover genaamd Mafuta. Na dit avontuur pakken ze het normale leven in Kaapstad weer op maar ze missen het leven ‘on the road’ zo erg dat ze hun huis en bedrijf in Kaapstad opzeggen om permanent te gaan reizen. Mafuta wordt verscheept naar Zuid-Amerika en daar beginnen ze hun nieuwe avontuur en leven. Dit gaat echter niet zonder horten of stoten. De lezer is deelgenoot van alle technische perikelen, levenslessen en bijzondere ontmoetingen die de familie meemaakt. Bovendien beschrijft vader Graeme op een vertederende manier hoe het voor een vader is om z’n kinderen op zo’n manier groot te brengen.

Drive Nacho Drive: A Journey from the American Dream to the End of the World –  Brad en Sheena van Orden.

Het Amerikaanse jonge stel Brad en Sheena besluiten op een dag een oude volkswagen bus (genaamd Nacho) op te knappen om vanuit de Verenigde Staten helemaal naar Tierra del Fuego, het zuidelijkste punt van Zuid-Amerika te rijden. Ze stellen alles in het werk om dit financieel te kunnen bekostigen. Als het eenmaal gelukt is, begint het avontuur. De lezer krijgt al snel door dat Brad en Sheena er een talent voor hebben om zichzelf constant in de penarie te werken. Zo proberen ze vlees mee te smokkelen over de Chileense grens, bevinden ze zich totaal onbewust in het territorium van rebellen en betreden ze met Nacho wegen die zelfs voor ervaren chauffeurs met 4×4’s nog een uitdaging zouden zijn. Als lezer word je meegesleept in hun belevenissen en geniet je van de uitgebreide beschrijvingen van wildkampeerplekken en de lokale lekkernijen.