‘Maar, waarom neem je niet gewoon onbetaald verlof?’ vroeg een vriendin een jaar geleden, terwijl ze veganistische bulgur salade op mijn bord schepte.

Het was zomer, vrijdagavond en ondanks dat het negen uur ’s avonds was, was het nog steeds dertig graden. Mijn vingers waren opgezet door de warmte, mijn lange haar plakte in mijn nek bij gebrek aan een elastiekje. We zaten op haar balkon op bistrostoeltjes van de Ikea waarvan de afdruk van de stoelen al na vijf minuten in je benen stonden.

‘Dan koop je een enkeltje naar Bali of Nepal en als je geen backpack hebt mag je die van mij lenen. Ik denk dat het je goed doet, even alleen op reis.’

 

De dag dat ik mijn scriptie voor mijn studie Journalistiek had ingeleverd was ik haastig naar huis gefietst. Eenmaal thuis was ik op vacatures gaan reageren. Van vrienden die al waren afgestudeerd wist ik dat ze, na hun afstuderen, hun dagen versleten door de website van VillaMedia af te struinen, op zoek naar werk. Ze deden wekelijks verslag van sollicitatiegesprekken voor banen waar ze niet voor werden aangenomen. Een leven zoals dat stond voor mij gelijk aan in de rij van de Primark op het Damrak staan: de hel.

Tijdens mijn laatste gesprek met mijn studiebegeleider had ze gevraagd wat mijn plan was na mijn studie. Toen ik had geantwoord dat ik ging werken keek ze alsof ze net een zure mat had gegeten.
‘Charlie, je bent nog zo jong,’ zei ze na een korte stilte, ze keek uit het raam naar buiten vanaf de negende verdieping van het deprimerende gebouw aan het Weesperplein waar mijn studie zich bevond. ‘Je hebt je hele leven nog om te werken. Ga lekker naar Zuidoost-Azië ofzo, een beetje rondreizen. Uitvogelen wie je nou eigenlijk écht bent.’

 

Je hebt je hele leven nog om te werken. Ga lekker naar Zuidoost-Azië ofzo, een beetje rondreizen. Uitvogelen wie je nou eigenlijk écht bent.’

 

Na die middag met mijn studiebegeleider kreeg ik nog een aantal keer hetzelfde advies. Meestal van vijftigers met ongelukkige huwelijken of van leeftijdsgenoten die Cultuurwetenschappen hadden gestudeerd, maar nu werkten als office manager bij een bedrijf dat was gevestigd in Sloterdijk. Ik voelde niet de behoefte om uit te vogelen wie ik zelf was, om Full Moon Parties te bezoeken, te leren surfen op Bali, of in Thaise hostels te overnachten waar de bedden vol zaten met bedbugs.

Nog voordat ik mijn scriptie terug had gekregen was ik aangenomen als client support medewerker bij een jong bedrijf in hartje Amsterdam. Dat het niets met mijn studie journalistiek te maken had nam ik voor lief. Voordat ik begon bij mijn nieuwe baan ging ik twee weken op vakantie naar Samos, in Griekenland. Ik ben toen niet verder gekomen dan het dorpje waar ik verbleef en heb niets van het eiland gezien.

 

rijstvelden azië

 

Een half jaar na mijn eerste werkdag kreeg ik een nieuwe functie als sales- en accountmanager.

‘Als jij mij salesmanager maakt, ben je in een week failliet,’ had ik tegen mijn toenmalige baas gezegd, toen hij de functiewijziging voorstelde.

Hij antwoordde dat dat vast wel zou meevallen.

Het bedrijf ging inderdaad niet failliet. Ik haalde mijn targets, bouwde goede relaties met mijn klanten op en leerde de kneepjes van het vak. Ondanks dit ‘succes’ voelde ik me met de week vermoeider, kribbiger en gestresster worden. Toeristen schold ik de huid vol op de fiets. Ik sliep alleen nog met slaappillen. Wanneer er berichten op mijn telefoon binnen kwamen moest ik mezelf bedwingen om hem niet op de grond kapot te gooien.

Eerder die avond, toen ik net binnen was en op één van de bistrostoeltjes was gaan zitten, informeerde mijn vriendin hoe het ging op mijn werk. Al zittend keek ik over de reling naar beneden, naar de tuin van de onderburen om te zien was ze aan het doen waren.

‘Gaat goed,’ antwoordde ik afwezig, terwijl de buurman met een plat Amsterdams accent vroeg of zijn vrouw nog een speklapje van de barbecue wilde.
Die ochtend had ik op kantoor een kwartier huilend op de wc gezeten. Een collega had me er tijdens een meeting op gewezen dat het vandaag dinsdag was, niet donderdag, zoals ik dacht.

‘Ja?’ vroeg de vriendin met opgetrokken wenkbrauwen.

Een aantal maanden geleden was ze begonnen over de kringen onder mijn ogen. Toen ik wat mompelde over stress en een drukke baan had ze gevraagd waarom ik er niet een keer lekker tussenuit ging, zoals zij had gedaan een jaar geleden. Ze was naar Bali gegaan en had daar voor drieduizend euro twee weken in een silent retreat verbleven. Daarna was ze gaan backpacken over de rest van het eiland en doorgereisd naar Thailand, Cambodja, Laos en Australië. Sinds ze weer in Nederland was klaagde ze dat ze zich niet meer thuis voelde in ons kapitalistische systeem en wanneer we boodschappen deden bij de Albert Heijn ging ze bij het schap met de Knorr pakken staan. Als ik aan haar vroeg wat er aan de hand was, pakte ze een van de pakken uit het schap waarop in grote letters ‘Pad Thai’ stond en zei zuchtend: ‘Dit is toch geen pad thai? In Phuket maakte ze het echt niet uit een Knorr-pak.’

 

jungle azië

 

De vriendin nam een hap van de bulgur salade. ‘Neem gewoon onbetaald verlof, Charles,’ zei ze weer, met haar mond vol. Ik prikte met mijn vork in stukken avocado en schoof deze aan de kant van mijn bord.

‘Oh, lust je geen avocado?’ vroeg ze terwijl ze keek wat ik deed.

‘Nee, maar maakt niet uit.’

‘Maar, ik meen het Charles, ga lekker backpacken. Dat zou nou eens goed zijn voor jou. Ik had het er gisteren nog met mijn moeder over, die zei ook: weet je wat Charlie zou moeten doen? Lekker er tussenuit en zichzelf zoeken.’

Ik had haar moeder nooit ontmoet.

‘Mezelf zoeken?’

De vriendin knikte. De onderbuurvrouw schreeuwde tegen haar man iets over salmonella en kipsaté die nog niet helemaal gaar was.

‘Maar, ik ben helemaal niet kwijt.’

Mijn vriendin ging weer rechtop zitten en keek me aan. Zonder iets te zeggen haalde ze haar schouders op en begon weer verder te eten.

 

‘Mezelf zoeken? Maar, ik ben helemaal niet kwijt.’

 

Tegen middernacht zei ik dat ik maar weer eens opstapte. Terwijl ik mijn tas die naast me op de grond stond, oppakte en mijn sleutels eruit haalde zei de vriendin opeens: ‘Maar waarom zou je het eigenlijk niét doen?’

Ik pakte mijn telefoon op van tafel, om hem in mijn tas te stoppen en controleerde of ik berichten had.

‘Charlie?’ vroeg ze, toen ik stil bleef.

‘Hmmm?’ Ik keek op van mijn telefoon, langs haar heen, naar de balkondeur.

‘Waarom doe je dat niet gewoon?’

Ik haalde mijn schouders op en zei dat je jezelf overal mee naartoe neemt.

‘Hoe bedoel je?’

‘Zoals ik het zeg. Als ik nu wegga haal ik mezelf uit de situatie en dat is fijn, maar…’

Ik keek haar even aan, de blik in haar ogen deed me denken aan die van een havik en haar mond had ze tot een streepje geperst.

‘Maar als ik daar dan heen ga vind ik daar ook wel weer een reden om gestrest te worden. Te weinig beenruimte, Westerse backpackers die harembroeken dragen, Full Moon Parties, tropische regenbuien, blanke jonge vrouwen met dreadlocks in Nepal die het de hele dag over chakra’s hebben, stomdronken Engelsen met wie ik een hostel moet delen of van het idee dat ik uiteindelijk toch weer terug moet, naar Nederland, naar een baan als sales- en accountmanager.’

Ze pakte haar telefoon en begon te scrollen. Haar mond had nog steeds de vorm van een streepje. Na een tijdje zo tegenover elkaar gezeten te hebben, zij scrollend, ik stilzwijgend, wensend dat ik thuis was schraapte ze haar keel en zei: ‘maar wat ga je dán doen om jezelf te vinden?’

Ik wilde herhalen wat ik eerder die avond had gezegd: ‘ik ben niet kwijt,’ maar dacht toen aan een zin die ik ooit in een boek van Neil Gaiman had gelezen: “There’s none so blind as those who will not listen.”

Ik keek naar beneden, naar mijn schoenen. De veters van mijn Nikes zaten los, maar ik was te moe om ze vast te maken.

‘Ik ga mezelf hier zoeken, gewoon hier, thuis in Amsterdam.’ zei ik toen. ‘Als ik hier niet te vinden ben, ben ik dat al helemaal niet ergens in Nepal.’

Ze deed haar mond even open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.

‘En als ik mezelf heb gevonden, ga ik op vakantie, zonder stress. Naar Zuid-Frankrijk of Nicaragua of Italië of zo. In ieder geval naar een plek met weinig backpackers en geen silent retreats en heel veel vrolijke muziek.’

 

bamboe