Opeens mocht Richard naar New York. Hij werd uitgenodigd voor een perstrip en anderhalve week later was hij al in de Big Apple. Weinig tijd om voor te bereiden dus, maar hij kende de stad al goed. En dat zonder er ooit eerder geweest te zijn.

 

Vlak voor we landen doet mijn buurman het luikje van het vliegtuigraam open. Perfect gekaderd zie ik de skyline van New York. Ik kijk even maar richt me dan weer op mijn boek. Dat uitzicht ken ik nou wel. Dan besef ik dat dit wel degelijk de eerste keer is dat ik die skyline in het echt zie. Door de honderden – misschien wel duizenden – keren dat ik de skyline in films en op TV heb gezien, is de nieuwigheid er af. In de drie dagen die volgen, moet ik vaker bewust mijn best doen om enthousiasme op te wekken.

Met een yellow cab rij ik van JFK naar het hotel in Manhattan. We rijden over 5th avenue naar Central Park en onbewust begint er een liedje in mijn hoofd te spelen: een soort latin jazzerig deuntje met xylofoon en saxofoon. I couldn’t help but wonder… heb ik te veel Sex and the City gekeken tijdens mijn middelbare schooltijd? Verderop werken bouwvakkers aan de weg. Een van hen is vrij fors en staat met een evenzo forse drilboor het asfalt open te breken. Even verdenk ik New York ervan alles in scène te zetten voor mijn bezoek, want dit kan ik niet anders omschrijven dan cliché. Blijkbaar versterken jetlags egocentrische gedachten.

De volgende ochtend ben ik om 3 uur wakker en besluit ik naar Times Square te gaan. Mijn hotel zit in Hell’s Kitchen en is maar 10 minuten lopen van het plein. Onderweg kom ik al veel vrouwen van midden in de twintig tegen. Ze zijn modieus gekleed in pakken en camel jassen en dragen een handtas, een yogamat en een klein koeltasje. Ze zijn overduidelijk al onderweg naar kantoor en bellen druk met mensen die ook al wakker zijn. De ambitie is af te lezen van hun gezicht. Op Times Square is het net zo rustig als in die clip van Jay-Z en Alicia Keys, maar de reclameschermen schreeuwen net zo hard om mijn aandacht. Ik ga even bij de oude vertrouwde McDonald’s zitten om koffie te drinken en bij te komen.

Voor de perstrip moet ik naar Staten Island en op de weg terug rijden we weer door de typische streets en avenues.  Bakstenen laagbouw met brandtrappen staan vlak naast glanzende wolkenkrabbers. Kerken die in Nederlandse dorpen het hoogste gebouw zijn, vallen hier in het niet. Ik begin me af te vragen of ik de stad nou mooi vind of telkens blij ben met de constante bevestiging en herkenning. Het is eigenlijk ook best vies, luidruchtig en warm. Met andere journalisten klaag ik over de klamme hitte alsof we net als Abbi en Ilana uit Broad City elke zomer gek worden zonder airco.

Ik heb dit ‘feest’ der herkenning vaker meegemaakt. In Marokko ging ik naar de Sahara, waarvan iedereen eigenlijk ook wel weet hoe die zandheuvels eruit zien. Het is zelfs jaren het automatisch ingesteld bureaublad op mijn laptop geweest. Van tevoren was ik bang dat het me niets zou doen. Erger nog: ik begon te twijfelen of reizen nog wel zin heeft door al het moderne visuele geweld. (En hoe moet dat dan met touristico?!) Gelukkig bleek de Sahara geen plek die je leert kennen door reproducties. De uitgestrektheid is niet te vangen op camera, laat staan de geuren, de brandende zon en het amper voelbare briesje waarnaar je  gaat verlangen. 

Dat geldt eigenlijk ook voor New York. Ground Zero is oprecht indrukwekkend en de hoogte van wolkenkrabbers went eigenlijk nooit. De energie die Ikea probeert te vangen op die bekende poster (die zwartwitte met die gele taxi’s, ja) doet de stad trillen. Ik denk dat het iets te maken heeft met de ambitie van de bewoners en de onbeperkte mogelijkheden die New York biedt. Ik zag het op de gezichten van de eerder genoemde zakenvrouwen en ik hoor het als ik barista’s onderling hoor praten over hun podcast. In drie dagen zie je bar weinig van een stad, maar de korte tijd doet mij hunkeren naar meer. New York nodigt uit om hard te lopen, praten en werken – ongeveer het tegenovergestelde van mijn favoriete stad Parijs – en zal vast onverbiddelijk zijn als het even tegenzit. Toch kan ik niet wachten weer opgeslokt te worden door deze metropool.

‘Reflecting Absence’, Ground Zero, New York.

 


 

Tips:

The Mercer Kitchen

Heerlijk eten in het restaurant van chef Jean-Georges Vongerichten. Ik werd meegenomen door een PR-team, maar volgens mij is het peperduur.

https://www.themercerkitchen.com/

MoMA PS1

Dependance van de grote MoMA op Long Island. Misschien nog wel iets elitairder dan de hoofdvestiging, maar eigenlijk ook wel interessanter.

https://momaps1.org/

Wendy’s

Een van de weinige fastfoodketens die niet bezig is naar Europa te komen. Perfect voor als je van vierkante hamburgers en druipend vet over je kin houdt.

https://www.wendys.com/