De meeste reizigers kennen het fenomeen wel: ‘pittoreske, authentieke, (vissers)dorpjes met lokale kunst en snuisterijen’ worden te veel gehyped en ontaarden in weerzinwekkende toeristenfuiken. Drommen mensen zoeken er gejaagd hun weg langs stalletjes met prullaria (‘schiettenten’ noemt mijn schoonfamilie dit soort winkels) en op straat rondlopen in badkleding lijkt de normaalste zaak van de wereld.

Iedereen die regelmatig reist, zal deze teleurstelling herkennen. De meesten van ons willen namelijk helemaal geen toeristen zijn, zeker niet als er veel andere toeristen zijn of als we ons absoluut niet identificeren met het type toerist dat daar ook is. Toch kan zelfs de meest helse toeristenhub tegen alle verwachting in (een deel van) z’n vroegere allure weer terugkrijgen, al gaat dit niet van een leien dakje.  

Paddoshakes en happy pizza  

Hoe ingrijpend de invloed van massa’s toeristen kan zijn, ervoer ik in 2011 in het plaatsje Vang Vieng in Laos. Ik verbleef hier in een eco-resort zo’n 1,5 kilometer van het dorp zelf. Hoewel ik op dat moment herstellende was van een fikse buikgriep en de wereld toch al niet door een roze bril zag, was ik totaal niet voorbereid op het hellevuur dat ik daar aantrof [1]. Ik ging het dorp in om iets te eten te halen en ik dacht even dat ik aan het ijlen was. Ik aanschouwde een kolkend feestgedruis van dronken mensen die in opgeblazen binnenbanden de rivier afdreven (het zogenaamde ‘tuben’) om zich bij verschillende checkpoints vol te laten gieten met nog meer alcohol. De oevers lagen bezaaid met jongeren waarvan de helft amper op z’n benen kon blijven staan. De meesten van hen droegen een hemd met grote armgaten waarop gedrukt stond ‘in the tubing‘, als bewijs dat ze daadwerkelijk hadden meegedaan aan dit uit de hand gelopen bacchanaal. Wanneer ze niet aan het zwemmen waren, lagen ze in zwemkleding op loungebanken naar oude afleveringen van Friends te kijken terwijl ze zich voor een habbekrats op hun wenken lieten bedienen door het lokale personeel. Op de menukaart: paddoshakes, opiumsigaretten, spacecakes en happy pizza.

Op het menu

Het maakte me ziedend. Wat bezielt mensen die te gast zijn in een land, om een dorp zo uit te wonen en zo weinig respect te hebben voor de natuur en lokale bevolking? Een ding wist ik zeker: ik zou iedereen die naar Laos ging waarschuwen voor dit inferno en nooit van mijn leven zou ik ook maar overwegen om Vang Vieng nogmaals te bezoeken.

Afgelopen jaar (2018) sprak ik per toeval een stel (zo’n heel keurig Brits stel van midden dertig) dat ook naar Laos was geweest en vroeg ze bij wijze van grap of ze nog ‘getubed’ hadden in Vang Vieng. Wat volgde was een enthousiast relaas over een fantastisch, schijnbaar prachtig gelegen dorp waar je allerlei leuke activiteiten kon ondernemen. ‘It really was a highlight during our trip to Southeast Asia’, zei de vrouw, laat ik haar voor het gemak Sarah noemen. Omdat Sarah mij niet het type leek dat kwijlend met half ontblote borsten een rivier zou afdalen in een binnenband, moest er iets anders aan de hand zijn. Ik vroeg haar naar de feestende backpackers. Sarah wist me te vertellen dat ze nog wel wat mythische verhalen had gehoord over ‘the good old party days’ maar waarom dit tot een einde was gekomen, wist ze niet precies, al had ze wel iets gehoord over doden en reputatieschade. Ik besloot het van A tot Z uit te zoeken in de hoop een verklaring te vinden voor deze twee totaal uiteenlopende indrukken. 

Een verzetje voor vrijwilligers

Vang Vieng was decennialang een klein vissersdorp waar avonturiers en hippies vrijwilligerswerk deden en kwamen genieten van de mooie omgeving. In 1999 besloot een Laotiaanse boer wat binnenbanden van tractors in de rivier te gooien zodat zijn vrijwilligers een leuk verzetje hadden na een lange dag werken op het land. Dit werd opgepikt door andere dorpsbewoners en westerlingen die er business in zagen en algauw werd het ‘tuben’ overal aangeboden voor toeristen. Er werden barretjes opgebouwd, glijbanen neergezet en er verrezen reclameborden die backpackers lokten met gratis drank en joints. Omdat er geen enkele regulering was vanuit de overheid (de drugs werden juist vaak binnengebracht door de politie), liep de situatie in Vang Vieng steeds meer uit de hand. Alles kon en alles mocht in Vang Vieng, de backpackers leefden er als god in Frankrijk. Door de mythische verhalen die de ronde deden in de backpackerscene van Zuidoost-Azië, werd Vang Vieng een plek waar je echt ‘naar de klote moest zijn gegaan’ met de tubing-tanktop als ultieme trofee en bewijs van deelname.

Negatieve verhalen

Hoewel het dorp onder backpackers razend populair was, kwam het dorp tegelijkertijd steeds meer in een negatief daglicht te staan. Zo gingen er geruchten over gewonden en doden waarbij de aantallen verschilden en sprak een aantal bewoners zich steeds meer uit tegen de plotselinge transformatie van hun dorp. Er kwamen borden waarop stond dat je niet in je zwemkleding in winkels mocht en de bevolking werd steeds wantrouwiger tegenover de feestende vreemdelingen. Onder de bareigenaren en tubing-operators waren de meningen verdeeld. Zo verklaarden een aantal jongens van een van de grootste tubing-operators dat ze wisten dat er een moment zou komen waarop de grens bereikt was. Aan de andere kant was er ook een groep (waaronder westerse) horeca-ondernemers die de negatieve verhalen liever een beetje onder het tapijt wilde vegen uit angst om klanten te verliezen.

.
De party-scene in Vang Vieng. Foto van taw.king via Flickr.

27 doden en talloze gewonden

De echte ommekeer kwam in 2012, toen officieel bekend werd dat in 2011 minstens 27 toeristen waren omgekomen. Ze waren verdronken tijdens het tuben of verongelukt op de ‘death slide’, die z’n beruchte naam duidelijk eer aandeed. Het nieuws zorgde voor opschudding en onder internationale druk en uit angst voor reputatieschade werd er per direct paal en perk gesteld aan de backpackersgeneugten in het kleine dorp. Het tuben werd verboden, de barretjes langs de rivier werden gesloten, de glijbanen werden weggehaald en drugs werden geweerd.

De maatregelen zorgden voor verdeeldheid onder de dorpsbewoners. Een deel van hen was opgelucht dat er een einde was gekomen aan het destructieve toerisme maar sommigen zagen hun omzet tot het nulpunt dalen. In onderstaande video uit 2012, die zo’n beetje gemaakt is op het omslagpunt, zie je hoe het feesten eraan toeging en hoe verschillend uitbaters en inwoners reageren op de opgelegde veranderingen.  

 

Remarketing

Hoewel het echte party-oord door de reputatieschade en overheidsmaatregelen nooit meer hetzelfde zal zijn na 2012, heeft de bekendmaking van het dodental Vang Vieng niet volledig van de toeristische kaart geveegd. De overheid en Laotiaanse VVV maakten namelijk een plan om het dorp uit z’n as te laten herrijzen als avontuurlijke eco-bestemming. Op het menu stonden geen opiumsigaretten meer maar wel allerlei activiteiten zoals bergbeklimmen, kajakken, grotten bezoeken, mountainbiken en ook het ouderwetse tuben. Dit laatste nu met minder mensen tegelijk en zonder langs barren te drijven. De focus en daarmee de marketing werd van het feesten verlegd naar outdooractiviteiten en naar de omgeving met zijn indrukwekkende bergpieken, blauwe lagunes en prachtige groene oevers.  

Uitzicht over de rivier Nam Song. Foto: Matt Robinson via Flickr

Een ander soort toerisme

Door de verschoven focus trekt Vang Vieng inmiddels een breder publiek, hoewel de bestemming ook nog steeds populair is onder backpackers. De gemiddelde leeftijd is toegenomen en de portemonnee van een deel van de toeristen is een stuk gevulder. Opvallend is dat er niet alleen westerlingen maar ook steeds meer Chinese en Zuid-Koreaanse toeristen op het gebied afkomen. In 2015 was ongeveer de helft van de toeristen Aziatisch (vooral Chinees en Zuid-Koreaans) en de andere helft Westers. De Zuid-Koreanen kregen Laos als vakantiebestemming in het vizier na een Zuid-Koreaanse reality-show die zich in het gebied rond Vang Vieng afspeelde. Vanwege de instroom van toeristen met meer geld en andere wensen verschenen er boutique-hotels, luxere accommodaties en Koreaanse restaurants. 

Getuigenis uit 2019

En hoe is het nu in Vang Vieng? Ik belde met Jan Veering, Amsterdamse DJ en docent Nederlands, die het plaatsje begin 2019 samen zijn vriend bezocht tijdens een drieweekse vakantie in Thailand en Laos. Ik vroeg hem zodra hij terug was het hemd van het lijf over het Vang Vieng van 2019.

Jan vertelde me dat het prima was maar dat het dorp zelf niet zoveel voorstelt. Jan: ‘Het was oké, best toeristisch, maar niet echt op een trashy manier. Mensen zitten aan het bier maar het blijft redelijk bescheiden. Het dorp is vrij zielloos en volledig ingericht op toeristen. De hoofdstraat is een lange strip met bars en restaurants waar je hamburgers of Zuid-Koreaans kunt eten. Het viel ons op dat er veel Chinezen en Koreanen waren, ik denk wel ongeveer de helft van de toeristen.’

Ook wilde ik natuurlijk weten of mensen epische verhalen met hem hadden gedeeld over de hoogtijdagen en of er nu nog gefeest wordt. Jan: ‘Er gaan in het dorp wel verhalen rond over hoe het was en men heeft het nog steeds over die death slide maar daar kon ik me nu weinig bij voorstellen. Ik hoorde van een verwend Oostenrijks joch dat daar met z’n ouders zat, dat er af en toe raves en festivals worden georganiseerd maar dit heb ik zelf niet meegemaakt.’

Toen ik hem vroeg of hij Vang Vieng de moeite waard vond moest hij even nadenken. ‘Hmm, ik vond er niet zoveel aan, behalve dat we in een heel fijn hotel zaten. Ja, vermeld dat maar in het verhaal: het Amari hotel. Voor de cultuur hoef je niet te gaan. Mijn vriend en ik zagen het als een break en hebben vooral gechild en verder geen activiteiten ondernomen. Als je van wandelen of kajakken houdt en er graag op uittrekt overdag, dan is het denk ik een heel leuke bestemming. Dan zit je overdag vooral in de natuur en de omgeving is inderdaad prachtig. Het uitzicht vanuit onze infinity pool van ons hotel was ook echt geweldig. Dus ja, als je op doorreis bent en even tot rust wilt komen, is het prima, maar ik ben op veel mooiere plaatsen geweest.’ 

Een ommezwaai

Het is dus waar: in Vang Vieng heeft zich een bijzonder verschijnsel voorgedaan. Toen ik in 2011 de feestende beschonken massa aantrof, dacht ik dat het alleen maar erger kon worden. Maar na een piek komt vaak weer een dalende lijn en in dit geval lijkt de dalende lijn een goede ontwikkeling. Sinds het ondermijnen van de party-scene in 2012 is er geen enkele dode meer gevallen en daar is de overheid trots op. Er is sprake van een constructiever soort toerisme met een sportievere doelgroep die bereid is meer geld uit te geven dan de piepjonge backpacker.

Of het Sodom en Gomorra van 2011 nu veranderd is in het ‘ultieme’ paradijs valt echter te betwijfelen. Toch, als je me nu vraagt of ik er ooit terug zou keren, zou ik dat overwegen. Ik boek dan wel een kamer in het luxe Amari hotel. ‘s Ochtends maak ik wandeltochten, zoef door de bossen met een zipline of verken de rivier met de kajak en ‘s middags geniet ik van mijn rust in het zwembad met z’n fenomenale uitzicht. Ik sluit de dag af met een halve liter beer Lao en een hotpot in een van de Koreaanse restaurants. Liever dat dan een happy pizza toch? 

Het uitzicht vanuit het zwembad van het Amari Hotel. Video: Jan Veering 


[1] Even terzijde maar toch belangrijk om erbij te vermelden: ik was door Laos aan het fietsen. De omgeving was prachtig maar we schrokken ook van de armoede op het platteland. Kinderen kwamen bedelen om eten en ook wij leefden ruim een week op rijst en bananen. Simpelweg omdat er verder niks verkrijgbaar was. Dit contrast zal mijn cultuurshock ongetwijfeld extra hebben gevoed.