Voor veel mensen is een vliegveld een stressvolle plek. Je controleert obsessief of je alles op zak hebt (‘Geld, ticket, paspoort, geld, ticket, paspoort’) en je hoopt van harte dat er niet nog een flesje dure parfum in je handbagage zit. Maar het is ook een plek waar je, eenmaal langs de security, het eens rustig aan kan doen, waar je jezelf enthousiast maakt voor de bestemming en waar je ongegeneerd naar mensen kunt kijken. Turbulentie van David Szalay voelt als die verloren uurtjes in de vertrekhal.

De Canadese schrijver David Szalay woonde in zijn jeugd door het werk van zijn ouders op tien verschillende plekken. Als volwassene was het dus eigenlijk onvermijdbaar dat hij aan wanderlust zou lijden. Szalay verhuisde naar Brussel, daarna naar Londen en besloot voor dit boek te verhuizen naar Hongarije, het vaderland van zijn vader. In een interview met The Guardian vertelt hij: ‘Ik dacht: ik huur gewoon een paar maanden deze lege flat in Hongarije om wat schrijfwerk te doen en ga dan terug naar Londen om een ander appartement te huren. Maar dat is nooit gebeurd. Een paar maanden werden nog een paar maanden. Toen was ik hier zes maanden en dat werd een jaar. Voor je het weet woon je hier.’

In Turbulentie geeft hij zijn nieuwsgierigheid naar de wereld en haar inwoners de vrije loop. De structuur is simpel: je volgt elk hoofdstuk een passagier naar zijn of haar bestemming. De titel van elk hoofdstuk is dan ook vernoemd naar de drie letterige codes voor steden op je vliegticket. Een vrouw die haar zieke zoon heeft bezocht in Londen en teruggaat naar Madrid vind je bijvoorbeeld in hoofdstuk LGW-MAD. Elk stoelnummer in een vliegtuig heeft een verhaal, en in het volgende verhaal reis je mee met iemand die je bent tegengekomen in het vorige. De man die naast de Spaanse vrouw zat op weg naar Madrid? Hem leren we kennen tijdens een tragisch voorval in zijn persoonlijke leven zodra hij van vlucht MAD-DSS* komt (je bent pas een echte wereldreiziger als je weet waar hij vanuit Madrid naar toe vliegt). Enzovoorts.

Deze methode paste Szalay ook toe op zijn vorige boek Wat een man is, waarvoor hij in 2016 werd genomineerd voor de Man Booker. Daar kreeg hij ook best wat kritiek op. De regels van de prijs eisen dat een roman een geheel vormt en geen verzameling losse verhalen is. Dat valt ook Turbulentie aan te rekenen. De personages zijn zeker met elkaar verbonden, maar vaak niet meer dan buren in een grote stad. Als lezer heb je het ritme van dit boek al snel door en wacht je elk hoofdstuk tot je de volgende reiziger tegenkomt. De manier van introduceren is soms wat geforceerd en voorspelbaar. In het ergste geval denk je tijdens het lezen: ik hoop niet dat zij het volgende verhaal gaat worden, om een paar pagina’s daarna teleurgesteld te worden. Tegen het eind van het boek lijkt het Szalay’s doel om ons te laten inzien dat de wereld zo klein is. Dat wordt ons vaker verteld en dat is helemaal niet zo.

De wereld is gigantisch en er zijn zo’n 7,53 miljard verhalen te vertellen. Die verhalen zijn genuanceerd en soms gevormd door couleur locale. Toch is echt iedereen een individu met een eigen kijk op zijn of haar omgeving. Dat is precies waar Szalay wél de spijker op de op slaat. Met kleine situaties weet hij grote verhalen te vertellen. De reizigers in zijn boek hebben te maken met ontrouw, verraad, ziekte, verborgen seksualiteit en huiselijk geweld. En dat in 142 pagina’s. Door dialoog en rake observeringen creëert de schrijver een interessante verhalenreeks. Daar wil je eigenlijk meer van. De ietwat oppervlakkige aanpak zorgt er echter ook voor dat het een ideaal boek is voor bij de gate.

* Het juiste antwoord is Dakar, Senegal