Bijna loodrecht rijst hij op uit het junglelandschap: de Leeuwenrots van Sigiriya, Sri Lanka. De bossen tropisch groen, de steen bruinig oranje. Imponerend natuurwonder, of misschien zijn er toch ooit reuzen geweest die kiezels op de aarde gooiden. De naam van de rots en omliggende plaats is afgeleid van het Singalese sinha (leeuw) en giri (rots). De rots lijkt meer op een olifant, nog groter en indrukwekkender dan zijn kleinere, levende familieleden die er ’s nachts omheen lopen. Toch won de leeuw, want die wordt al millennia met Sri Lanka en het koningshuis geassocieerd. De beklimming wordt hoe dan ook een beproeving: de zon is al lang voorbij zijn hoogste punt maar heeft de hitte niet meegenomen.

Kassapa, een koningszoon, liet aan het einde van de 5e eeuw bovenop de Leeuwenrots een groot paleis bouwen. Hij schijnt hoogtevrees gehad te hebben, een muur benam bij de hoogste treden het zicht naar beneden. Toch ging hij er met zijn hofhouding wonen en kwam hij op een cruciaal en uiteindelijk noodlottig moment naar beneden: hoogmoed is zoveel sterker dan angst.

Koning Dhatusena (koning van 455 tot 473) was Kassapa’s vader. Dhatusena was een held: hij had het land weer samengebracht na een 26-jarige bezetting door Tamilkoningen uit Zuid-India, hij had grote waterreservoirs laten aanleggen en een technologisch wonderbaarlijk irrigatiekanaal om landbouw mogelijk te maken. Hij had meerdere kinderen bij meerdere vrouwen, en regeerde vanuit Anuradhapura.

Na een bakstenen ommuring volgt een kaarsrechte weg naar de rots. Links en rechts, bijna Frans symmetrisch, zijn vijvers, bomen, muurtjes en trappetjes: overblijfselen van de lusttuinen. 1500 jaar oude ontwerpen die bescheiden om aandacht vragen, maar het niet winnen van de even oude fundamenten bovenop de Leeuwenrots. Vrijwel alle bezoekers lopen door, recht op het doel af, in gedachten al bij de ruim 1000 treden die er wachten.

Koning Dhatusena had twee zoons, Kassapa en Mogallana. Kassapa was ouder, maar Mogallana had een adellijke moeder en was daarom de troonopvolger. Koning Dhatusena had ook een dochter, een die in de geschiedenisverhalen naamloos is gebleven maar zijn oogappel zou zijn geweest. Zij trouwde met Migara, aanvoerder van het leger. Ze waren neef en nicht, ook binnen Sri Lankaanse koningshuizen niet ongebruikelijk: Migara’s moeder was de zus van Dhatusena.

Ondanks de hechte familieband en zijn hoge militaire positie, bleek Migara een slechte partij: hij mishandelde zijn vrouw, sloeg haar regelmatig met een zweep. Toen Dhatusena dat ontdekte, raakte hij buiten zichzelf. De held van het land liet Migara’s moeder vermoorden – zijn eigen, eveneens naamloos gebleven zus – als straf en vergelding. Een keten van wraak op wraak was begonnen.

De klim omhoog is conditioneel zwaar maar verder makkelijk: tegen de rots staan metalen trappetjes, overduidelijk niet stammend uit Kassapa’s tijd. Touwen en stijgbeugels kunnen in de rugzak blijven. Het grootste gevaar komt van medebeklimmers die opeens stilstaan – tussendoor foto’s maken is dan ook eigenlijk verboden. Ook horzel- en bijenaanvallen zijn berucht. Niets weet de beestjes te verdrijven en ook dat zou door die vervloekte medebeklimmers komen, met hun weinig vrome gedrag en onzedelijke outfits. Lang voor Kassapa er zijn heil zocht, al eeuwen voor het jaar nul, trokken boeddhisten zich hier terug. De plek zou daarom nog steeds heilig zijn.

Legeraanvoerder en vrouwenmishandelaar Migara liet zijn gedwongen moederloosheid niet over zijn kant gaan. Hij praatte in op prins Kassapa, bleef herhalen hoe oneerlijk het was dat zijn veel jongere broertje wel koning zou worden en hij niet. Kassapa’s machtswellust groeide en verzekerd van de steun van het leger, met dank aan zijn zwager, zette hij zijn vader Dhatusena af.

Het was voor Migara nog niet genoeg: hij liet Kassapa geloven dat Dhatusena grote schatten voor hem achterhield. Kassapa geloofde hem en was woedend dat zijn vader bleef herhalen dat het water in de watertanks zijn allergrootste schat vormde. Licht ontvlambaar als hij was, gaf Kassapa vervolgens de opdracht zijn vader levend in te metselen. Kassapa boos, Dhatusena dood, Migara blij.

Terwijl je omhoog loopt (zwoegt), kom je langs Sri Lanka’s meest mysterieuze en intrigerende verzameling fresco’s. Eenentwintig meisjes met ontblote borsten, die bloemenoffers lijken te brengen. Er is echter niets bekend over een religieuze viering waarbij de vrouwen halfnaakt waren. Zijn het dan godinnen of is het opfleuring geweest, bedoeld om Kassapa tijdens zijn klim omhoog af te leiden van zijn hoogtevrees? De fresco’s dateren in ieder geval uit de 5e eeuw, Kassapa’s tijd, en er zouden toen 500 van zijn geweest, op een stuk muur van 140 meter bij 40 meter. Op de muur er tegenover, de ‘spiegelmuur’, staan inscripties van een paar eeuwen later, waarin de bezoekers de meisjes becommentariëren: graffiti uit de 8e eeuw.

sigiriya fresco

Een vadermoordenaar viel niet goed bij zijn nieuwe onderdanen en zijn broer Mogallana had gezworen wraak te nemen, dus moest voormalige prins en nieuwe koning Kassapa op zoek naar een veiliger heenkomen dan de oude koningsstad Anuradhapura. De keus viel op de Leeuwenrots: daar zou niemand hem en zijn hofhouding kunnen bereiken.

In minder dan zeven jaar liet Kassapa een gigantisch paleis bouwen. Hij liet grote poten en een grote kop toevoegen om de Leeuwenrots nog leeuwiger te maken en zo iedereen te overtuigen van zijn legitieme koninklijke macht. Voor het gewone volk kwamen er woonwijken aan de voet van de rots. Het hele complex werd omgeven door een gracht en een bakstenen muur. In 477 werd Sigiriya de hoofdstad van Sri Lanka.

Op een natuurlijk tussenplatform kun je op adem komen, naar de wc gaan en zelfs naar de EHBO. Door de bomen is van het uitzicht nog niet veel te zien. Hier zijn de twee gigantische leeuwenpoten, vredig rustend maar klaar voor een aanval. De kop is verdwenen, gesneuveld in de afgelopen 1500 jaar. Tussen de poten door omhoog, naar de top: de authentieke, uitgehouwen treden zijn nog te zien en te gebruiken. De beschermingsmuur is weg.

Nieuwe koning Kassapa genoot van het goede leven en van het goede uitzicht. Van de minder belangrijke zoon was hij eigenhandig de uitverkorene geworden. Hij heerste over een prachtig eiland, woonde op de betoverendste plek. Zijn broer zat veilig in India en leek met de dag minder gevaarlijk te worden. Want wat zou Mogallana zonder leger moeten? Wat stelde dat jonge, verwende broertje eigenlijk voor?

Maar legeraanvoerder en vrouwenmishandelaar Migara miste zijn machtsspelletjes. Hij raakte verveeld, zat iets te comfortabel bovenop een rots. Zijn leger had weinig te doen. Kassapa dankte hem niet dagelijks op zijn blote knieën voor zijn steun, liet maar middelmatige tempels ter ere van hem bouwen. Hij zon weer eens op wraak.

You made it! We did it! Woohoo! Op de top klinken triomfantelijke stemmen en slaan mensen zweterige armen om elkaar heen. De eerste selfies zijn met rode, zweterige gezichten. Gehijg en gepuf. Geen paleis meer te zien, alleen kuithoge fundamenten, over de hele bovenkant verspreid. Een immens complex met twee enorme drinkwaterreservoirs, van medebeklimmers heb je opeens geen last meer. De randen trekken: zicht op de lusttuinen beneden, zicht op de jungle. Even koning op een leeuwenrots, heerser van het rijk.

sigiriya uitzicht

Terwijl Kassapa hoog op zijn rots zat, keerde broertje Mogallana terug naar Sri Lanka. Hij beschikte over een deel van het leger: legeraanvoerder Migara had zijn loyaliteit van de ene koningszoon naar de andere verlegd. De troepen naderden Sigiriya. Hoog op de rots zat Kassapa veilig, maar hij hield niet van veilig en hij hield niet van hoog: hij daalde af, merkte niets meer van zijn hoogtevrees en trad op een olifant zijn broer tegemoet.

De olifant kwam bij een moeras en schrok. Hij rende weg, Kassapa achterlatend. Trouwe soldaten waren in verwarring: was dit het signaal van de koning om terug te trekken? Ze kozen eieren voor hun geld en keerden om. Kassapa was helemaal alleen. Hij pakte zijn dolk en sneed zijn keel door. Volgens de legende stopte hij de dolk daarna zelfs nog terug in de schede. Moed, hoogmoed, overmoed: allemaal verweven.

In 495 was Sigiriya weer hoofdstad af, nieuwste koning Mogallana ging terug naar Anuradhapura, de stad van zijn vader. Het paleis op de rots raakte in verval, het bestaan ervan in vergetelheid totdat Britse archeologen in de 19e eeuw de oude stad herontdekten. Nu is het een van Sri Lanka’s grootste trekpleisters, UNESCO-werelderfgoed sinds 1982, ondanks de bijen en de zware klim. En als Migara zijn vrouw wat vriendelijker had behandeld? Dan was het er misschien nooit geweest.

In de jaren tachtig was Duran Duran ook in Sigiriya. Het leverde deze videoclip op:

Koning Dhatusena liet achttien waterreservoirs graven voor drinkwater en irrigatie, waaronder de twee enorme meren Kala Wewa en Balalu Wewa. Met behulp van een ingenieus irrigatiekanaal voorzagen ze Anuradhapura en het land rondom van water. Dit kanaal, Yodha Ela, is 87 kilometer lang en een technisch hoogstandje. Tot slot liet Dhatusena een 13 meter groot Boeddhabeeld uithouwen bij Avukana (Aukana), een van de meest imponerende boeddhabeelden van het eiland.

terug naar verhaal

Pidurangala
Vlakbij de leeuwenrots van Sigiriya ligt een andere rots, vergelijkbaar in hoogte: Pidurangala. Er is een klooster dat dateert uit Kassapa’s tijd, die verjoeg de monniken namelijk van de Leeuwenrots. De toegang is stukken goedkoper – een paar honderd roepies in plaats van 30 dollar – en vanaf de top heb je uitzicht op de Leeuwenrots. Je kunt er ook de zonsopgang bekijken.

terug naar verhaal

ajantagrotten
De fresco’s van Sigiriya worden vaak in verband gebracht met de schilderingen in de grotten van Ajanta (India). Er zijn sterke overeenkomsten in stijl (Gupta-schilderkunst), maar over de afbeeldingen in de grotten van Ajanta bestaan minder mysteries: ze vertellen de levens van Boeddha.

terug naar verhaal