De beste manier om een stad te leren kennen is met een lokale gids. Nog leuker wordt het wanneer die gids een vriendin is die je al jaren kent. Richard ging met Nataša Cvjetković naar Belgrado. Zij werd geboren in Tuzla in het huidige Bosnië en Herzegovina maar woonde ook een tijdje in het Servische Belgrado. Nataša woont tegenwoordig in Amsterdam en is brander en mede-oprichtster van It Girl Studio. Ook zo’n fan van het touristico-logo? Dat is haar werk.

Ik heb Nataša leren kennen tijdens mijn eerste stage in de journalistiek bij een modetijdschrift. Er wordt gezegd dat stressvolle situaties mensen dichter bij elkaar brengt dan vreugdevolle gebeurtenissen, en dat kan ik niet ontkennen na onze tijd bij dit tijdschrift. Denk The Devil Wears Prada, maar dan met veel minder Chanel-kleren. Probeer maar eens binnen twee uur een paard te regelen in het centrum van Berlijn voor een fotoreportage. We zagen het vaker middernacht worden op kantoor dan in de kroeg en hebben moeten liegen, bedriegen en omkopen om elke editie klaar te krijgen. Onstuimig, inderdaad, maar ook erg leerzaam. Nog belangrijker: we hebben er een vriendschap aan overgehouden.

Nataša vertelt al jaren vol enthousiasme over Belgrado. Het was dus de hoogste tijd de stad eens te bezoeken. Nataša komt er nog regelmatig, aangezien haar opa en oma daar nog wonen. Oma Slavojka en opa Stevo ontvangen ons met open armen in Kotež, een buitenwijk van de stad. Oma heeft een missie: zorgen dat we niets tekort komen. Dat blijkt elke keer als we de huiskamerdeur opendoen. Of we nu ’s ochtends vroeg uit bed rollen of diep in de nacht thuiskomen: de eettafel staat vol huisgemaakt eten en een fles zelfgemaakte Rakjia.

Dat hoort zo, vindt ook Nataša: ”Je bedankt oma door het op te eten en ervan te genieten.” Voor mij, de meer behoudende Nederlander, is het even wennen om zo hartelijk ontvangen te worden. Ik zal snel moeten acclimatiseren, want gastvrijheid is niet te ontwijken in Belgrado. Als we de ober in het Supermarket Deli restaurant vragen of hij lokale wijnen heeft, noemt hij niet gewoon een lijstje op. Hij neemt ons mee naar de wijnkast en geeft ons een minicollege over Servische wijnen. Als mijn lippen beginnen te tuiten door aangeboren Hollandse gierigheid, reikt hij met een glimlach naar een van de goedkoopste flessen. ”Deze is echt heel lekker,” vertaalt Nataša voor mij. Hij heeft gelijk.

Belgrado is gigantisch. Dat realiseer ik me pas echt als we het fort in het Kalemegdan-park bezoeken. Op het hoogste punt kijk je uit naar de samenstroom van de rivieren Sava en Donaur. Zover het oog reikt zie je bebouwing. Er wonen dan ook zo’n 1,6 miljoen mensen in de stad. Het centrum voelt relatief klein. Misschien komt het door het navigatietalent van mijn gids, maar alles lijkt op loopafstand van elkaar te liggen. Als ik zeker weet dat we nu echt een eind weg waren van ons startpunt, slaan we een hoek om en staan we weer midden op het Trg Republike-plein. Het centrum is een mix van verschillende Europese steden. Je ziet statige gebouwen in de Parijse Haussmann-stijl en zwierige bouwsels die aan Wenen doen denken. Dit alles wordt afgewisseld met onmiskenbare Oostblok-blokken. Hier en daar vallen sporen van de Joegoslavische oorlogen van de jaren ’90 op. Zo ligt de gezellig chaotische Zeleni Venac-markt in de schaduw van het karkas van een flatgebouw.

Indruk van de binnenstad

Wel ver lopen maar toch de moeite waard is het graf van Tito. Maarschalk Josep Broz, liefkozend Tito gedoopt door zijn aanhangers, regeerde ruim 35 jaar (vanaf 1943) over Joegoslavië. Na een flinke wandeling tot buiten de stad en een klim naar de top van een heuvel, kom je aan bij een serene tuin met een paviljoen in het midden. Het paviljoen, ook wel het House of Flowers genoemd, blijkt een overdekte wintertuin te zijn. Het werd in 1975 als werk- en rustplaats gebouwd voor Tito en zijn vrouw Jovanka. Na zijn dood werd het een herdenkings- en informatiepunt. Of wij het eens zijn met zijn leiderschap (het was tenslotte een dictatuur) laten we even in het midden. Het is in ieder geval bijzonder om te zien hoe populair de man nog is. Vooral de oudere generatie kijkt met nostalgie terug op de Tito-jaren, vol voorspoed en gelijkheid. Erg interessant is de verzameling stafjes die gebruikt werden tijdens de estafettes op de Dag van de Jeugd op 25 mei, toevallig ook de verjaardag van Tito. De meeste indruk maakt de aangebouwde hal vol met cadeaus en persoonlijke eigendommen van Tito en zijn vrouw. Ondanks zijn communistische overtuigingen ontbrak het hem aan niets. Een cadeau mag je tenslotte niet weigeren. Het communisme zien we wel terug in zijn garderobe. Tito kleedde zich vrijwel uitsluitend in militaire kostuums en hij had maar één smoking. Misschien was zo’n luxe pak toch te veel een teken van de bourgeoisie?

Terug naar het heden. Andrea, een jeugdvriendin van Nataša heeft ons uitgenodigd iets bij haar te komen drinken voor we naar de vernissage van haar vriends expositie gaan. Ze doet open met een beautymasker op haar gezicht en twee ratjes op haar schouder. Ze woont in een van de hoogste gebouwen van het centrum en weer word ik geconfronteerd met de uitgestrektheid van de stad onder me. In het donker is het zo mogelijk nog indrukwekkender. Later in de galerie heeft de incrowd van Belgrado zich verzameld. Het is lang geleden dat ik me zo underdressed heb gevoeld. Waarschijnlijk hebben ze hun outfits gekocht in het Design District. Dit verlaten winkelcentrum (de stijl van dergelijke centra kennen we wel uit de wat troostelozere provinciesteden in Nederland), is overgenomen door jonge ontwerpers, kunstenaars en andere creatievelingen. Door de artistieke sfeer is dit een bouwwerk dat gerust mag blijven staan.

Pobednik-monument. Foto van Nataša Cvjetković

We zijn vier dagen in Belgrado geweest en ik heb het vermoeden dat ik pas het topje van de ijsberg heb gezien. De stad staat namelijk ook bekend om het wilde uitgaansleven, waar we niet eens aan zijn toegekomen. Het wordt zelfs ‘het nieuwe Berlijn’ genoemd, al wordt die titel aan elke stad met goedkope alcohol toebedeeld. Het is een stad die perfect past bij millennials (ik moet natuurlijk stellig ontkennen dat ik er zelf een ben): het eten en drinken is lekker, authentiek en is bovendien vriendelijk geprijsd. De creativiteit van kunstenaars die hun intrek hebben genomen in verlaten gebouwen is merkbaar, de mensen zijn geïnteresseerd en vriendelijk en de stad heeft een voelbare geschiedenis.


Zien en doen in Belgrado

 
Jazz Bar Basta

De lekkerste cocktails en regelmatig live muziek. Dichtbij de Branko brug, die volgens Nataša vernoemd is naar kinderboekenschrijver Branko Ćopić. Hij pleegde zelfmoord door van deze brug te springen.

Male stepenice 1
zie: www.jazzbasta.com

 
Ambar

Balkan Cuisine in een nieuw jasje. Mooi uitzicht over de Sava, want gevestigd in de Beton Hala (betonnen hal). Vroeger waren dit de opslagplaatsen van de haven.

Karadjordjeva 2-4
zie: www.ambarrestaurant.com 

 
Kathedraal van de heilige Sava

Wordt al jaren in gerestaureerd  en dat kan nog even duren. Dat doet niets af van de macht die de kerk in neobyzantijnse stijl uitstraalt. Qua oppervlakte en volume is dit het grootste Oosters-orthodoxe kerkgebouw ter wereld.

Krušedolska 2a
zie: http://hramsvetogsave.rs/


Richard bezocht ook Sofia, met gids Stanislav en Warschau met gids Tomasz.