Het boeken van een reis – of nee, het plannen van een reis, is voor mij net zo’n uitdaging als het maken van ingewikkelde wiskundesommen.

Het punt is dat ik niet weet hoe ik aan een opdracht moet beginnen en als ik me er na maanden uitstellen toch toe weet te zetten (meestal met de hulp van een ander) raak ik binnen een mum van tijd het overzicht kwijt. Komt door mijn ADHD. Ik slik hier medicijnen voor en hoewel deze medicatie de meeste symptomen flink weet te onderdrukken – en soms zelfs laat verdwijnen – lukt het me nog altijd niet om efficiënt een reis te plannen.

Toen ik eerder deze maand aan het koken was bij een vriendin (of nou ja, zij kookte, ik zat op het aanrecht en at me vol aan de nacho’s die bedoeld waren voor de Mexicaanse bonensalade) vertelde ik over mijn probleem.
De vriendin luisterde geduldig terwijl ze twee uien in mooie, gelijke blokjes sneed. Toen ik was uitgerateld zei ze zonder op te kijken: ‘Deel het dan op in stappen. Stap één: besluit welke maand je wilt gaan. Stap twee: kies een land…’
‘Stap drie: boek een vlucht. Stap vier: regel een accommodatie,’ vulde ik haar aan.
De vriendin keek verrast op. ‘Precies, Charlie,’ zei ze opgewekt. ‘Maak een lijstje, je bent een kei in lijstjes.’ Ik stopte nog een nacho in mijn mond en knikte, niet geheel overtuigd. ‘En anders,’ voegde de vriendin er aan toe, ‘kun je altijd nog naar een reisbureau.’

Ze had gelijk. Ik bén een kei in lijstjes. Vanwege mijn ADHD werd ik jarenlang gedrild door coaches, leraren, therapeuten en mijn moeder in het maken van schema’s, het bijhouden van agenda’s en het opstellen van lijstjes om voor mezelf overzicht te creëren in de onsystematische brei van mijn leven.

De volgende dag besloot ik het advies van mijn vriendin op te volgen. Ik ging aan mijn bureau zitten, opende mijn notitieboekje en schreef in grote blokletters STAPPENPLAN VAKANTIE bovenaan de bladzijde:

Stap 1: Kies een land en een stad/dorp uit.
Stap 2: Plan een moment en vraag vrij op werk.
Stap 3: Zoek uit hoeveel er gespaard moet worden.
Stap 4: Open een nieuwe spaarpot en zorg dat ik niet bij deze spaarpot kan (en ik niet in een impulsieve bui opeens een nieuw bankstel aanschaf van het gespaarde bedrag).
Stap 5: Spaar.
Stap 6: Boek een vlucht.
Stap 7: Huur een appartement via Airbnb.
Stap 8: Zorg voor vervoer op bestemming. (Moet ik een auto huren of kan alles te voet, met het openbaar vervoer of met een taxi?)

***

Afgelopen week droomde ik dat ik in Spanje was. Een paar uur later stond ik het slaapzand uit mijn ogen te wrijven onder de douche. In gedachten ging ik mijn to-dolijst af voor die dag en toen ik bij punt zes was herinnerde ik me plotseling mijn droom. In de droom bevond ik me in de haven van een klein Spaans vissersdorpje. Het was aan het eind van een zomerdag, ik voelde me rozig en mijn normaal extreem bleke huid was gekleurd. Ik had een zonnehoed op en een kort jurkje aan dat zachtjes meebewoog met de wind.

Nu, hier, onder de douche, verlangde ik opeens zo vurig naar vakantie dat ik spontaan besloot naar Spanje te gaan. Mijn behoefte aan een zonnig land was zo sterk dat zelfs het afschrikwekkende idee van het boeken van een vakantie me niet van gedachten deed veranderen.

Tijdens het ontbijt vertelde ik mijn vriend over de droom en mijn plan. Hij luisterde geduldig, nam een hap van zijn omelet en zei: ‘Goed idee. Met wie ga je?’
‘Mezelf,’ antwoordde ik opgewekt, terwijl ik opstond, mijn ondertussen leeggegeten bord oppakte en in de vaatwasser zette.

Tijdens het tandenpoetsen vroeg hij: ‘Zullen we anders samen?’
’Samuhujfjfi offf vakantsiejeie?’ vroeg ik, mijn tandenborstel nog in mijn mond.
Hij keek me niet begrijpend aan. ’Wat?’
Ik boog me naar de wasbak, opende de kraan, spuugde de tandpasta uit en spoelde mijn mond.
‘Samen op vakantie?’ herhaalde ik en ik veegde met de rug van mijn hand mijn mond droog.
‘Ja.’
’Maar ik wil in maart of april gaan, moet jij dan niet naar Parijs voor die opdracht?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Gaan we toch wat later?’
Ik dacht aan hoe ik stap één en twee al had getackeld toen ik eerder die ochtend onder de douche mijn plan had gemaakt en voelde de moed in mijn schoenen zakken bij het idee opnieuw te moeten beginnen.

Het was niet zo dat ik niet wilde dat mijn vriend mee zou gaan – integendeel – maar voor iemand zoals ik is een vakantie plannen met een ander nóg omslachtiger. Als ik eindelijk heb besloten waar ik heen ga, zit ik niet te wachten op een ander die misschien iets totaal anders onder ‘vakantie vieren’ verstaat. Zo neem ik het liefst zoveel mogelijk boeken mee op reis, om deze vervolgens dag in dag uit mee te slepen naar het strand en in de schaduw van een parasol te lezen. Maar misschien gaat de voorkeur van mijn vriend wel uit naar een fietsvakantie door de Ardennen (dat lijkt mij persoonlijk de hel).

Mijn vriend en ik ontmoetten elkaar eind 2017. In de zomer van 2018 hadden we – zonder dat we het zelf doorhadden – onze eerste date. Mijn vriend is kunstenaar en schrijver en ik zou hem die dag interviewen voor mijn website LEES EEN BOEK. Zodra de eerste slokken van onze muntthee waren genomen en het ijs was gebroken, begonnen we elkaar – bijna koortsachtig –  te ondervragen, alsof we het spel ‘Wie is het?’ aan het spelen waren en elkaars identiteit probeerden te ontmaskeren. We vertelden elkaar over ons werk, over reizen, vrienden, familie, vroegere studies. Gaven onze meningen over boeken, films, schrijvers en politici. We tuimelden van het ene onderwerp in het ander, alsof alle voorgaande gesprekken en dates niets anders dan een oefening waren geweest, die ons hadden klaargestoomd voor dit moment. Toen ik vier uur later, tollend van vermoeidheid en hoop, op de fiets terug naar huis zat herinnerde ik me pas de oorspronkelijke reden van onze afspraak: het interview.

We zijn beide introvert, mijn vriend en ik. Op onze vrije dagen zetten we onze telefoons uit, sluiten de gordijnen en komen de eerste vierentwintig uur niemand onder ogen. Grote groepen mensen ontwijken we. We gaan met lood in de schoenen naar netwerkborrels en verjaardagsfeestjes. Zijn op ons gelukkigst in ons eigen gezelschap. Wanneer we twee dagen achtereen samen zijn trekken we ons op een bepaald moment – zonder dit zo af te spreken – terug om op te laden; hij in de woonkamer, ik in de slaapkamer. Op de derde dag stap ik ‘s ochtends vroeg op de fiets naar huis en vertrekt hij naar zijn atelier, aan de andere kant van de stad. Daar aangekomen zetten we onze telefoons uit, sluiten de gordijnen, komen niemand onder ogen.

Ik denk aan artikelen met titels als ‘Zo overleef je je eerste vakantie samen’. ‘Overleven,’ alsof een vakantie iets is dat je moet trotseren. Iets wat je relatie alleen met heel veel mazzel zal weten te doorstaan. Ik ben me ervan bewust dat dit soort stukken waarschijnlijk uit opvulling zijn geschreven, maar hoe meer ik mijn best doe er niet aan te denken, hoe moeilijker ik het vind dat ook daadwerkelijk te doen. In het buitenland is er geen atelier aan de andere kant van de stad of een eigen huis om te gebruiken als toevluchtsoord wanneer we overprikkeld zijn door te veel sociaal contact. Wat als die tijdschriften gelijk hebben? Wat als we niet veel mazzel hebben en onze relatie niet de eerste vakantie samen weet te doorstaan?

***

Deze week hebben we ingepland om een reis te boeken. Ik heb al een lijstje gemaakt gemaakt van alles wat geregeld moet worden. Ik hoop dat het lukt. (En anders kunnen we altijd nog naar een reisbureau.)