Zijn koppigheid heeft hij gedeeltelijk afgeleerd. Het is nog steeds moeilijk om een ingeslagen pad te verlaten, maar hij zou nu op z’n minst even stoppen om te kijken. Dat Ben hier in dit goedkope hotel in Bengaluru in India is beland, is een nawee van dat gedrag. Vrienden en familie hadden hem afgeraden te gaan, maar hij had de beslissing al gemaakt.

De eerste aanvaring met zijn koppige inborst (althans, die hij zich kan herinneren) was toen hij zeven jaar was. Met zijn ouders en zusje stond hij op een camping aan de Noord-Hollandse kust. Ben begon pas een kwartier nadat hij linksaf was gegaan te twijfelen. Samen met zijn ouders en zusje waren ze van de camping vertrokken om naar het strand te gaan. Net na de duinen was een T-splitsing en het was druk, maar hij wist zeker dat ze naar links gingen. Hij ging ervan uit dat hij ze nog wel kon inhalen.

Het verharde pad liep midden over het strand. Aan de ene kant zat niemand, aan de andere kant, bij de branding, was het druk. De echte zee liep over in een zee van glimmende ruggen. Sommige gezinnen waren al aan het opruimen. De lange stokken van windschermen werden opgebroken en bungelden in stukken onbeholpen aan het koord. De zon zou zo beginnen met ondergaan. Hij was net te groot voor zijn fiets en moest zijn benen iets te hoog optrekken om te kunnen trappen.

Die benen, en in het bijzonder zijn knieën, knelden in het vliegtuig op weg naar dit verre land. Hij kan zijn daadkracht ook kwijt in de zoektocht naar de goedkoopste vlucht. Zodra hij op Instagram een foto van de Bull Temple had gezien, had hij besloten die met eigen ogen te bekijken. Bengaluru stond vroeger bekend als Bangalore en als Garden City. Dat het tegenwoordig Garbage City genoemd werd, had hem doen grinniken, maar meer niet.

Ben vond het vreemd dat zijn ouders zo hard gingen. Het pad waar hij op fietste was opgehouden. Hij moest afstappen en ging verder met zijn fiets aan de hand, ploegend door het strand. Waar hij eerder zand en badgasten zag, lagen nu grote stenen. De zee klotste dreigend tegen de rotsblokken. Dit was niet het strand waar je in de zon gaat liggen. Hij heeft de lucht een half uur geleden verschillende Barbiekleuren zien worden en daarna zien overgaan naar grijs. Nog even en het wordt helemaal donkerblauw.

Hij moest naar rechts maar ging naar links

Opeens gaf hij zich eraan over. Hij was zijn familie  kwijt. Als theatraal geboren jongen besloot hij vannacht ergens te schuilen en morgen zijn leven als wees te beginnen. Subtiel gesnik ging over in proestend huilen. Twee tieners keken verbaasd zijn kant op. Gênant. De jongen had precies het ringbaardje dat hij hoopte te krijgen na de puberteit. Bij een container op palen kwamen twee mensen naar hem toe. Ze zeiden iets, maar hij verstond het niet en ze namen hem mee naar de containers op palen. Binnen zat een gebronsde jongen met nat haar en een rode trui aan.

“Ben jij Ben?””

 

De eerste dagen in India waren schokkend. De drukte en de geuren van de stad zorgden ervoor dat hij hopeloos vermoeid in zijn hotelbed lag, maar alsnog niet in slaap kon vallen. Brigade Road had hem duizelig gemaakt en pas in het Lal Bagh park begon hij te ontspannen. Starend naar de drie miljoen jaar oude gesteente, dat als een verstilde zee in het park ligt, begon hij aan een e-mail die hij naar zijn familie en vrienden zal sturen. Hij zou geen woord reppen over de sanitaire voorzieningen of al het afval. Ze zouden alleen horen over het heerlijke eten, de monumenten en de aardige bevolking waar hij, uiteraard, meteen anschluss bij had. Hij wilde naar huis.

Voor hij het helemaal door had, zat hij naast de jongen in een rode jeep met een rode boot erachter. Hij hoopte tevergeefs dat ze die boot gingen gebruiken tijdens de tocht. De strandwacht ratelde door:

“Je ouders hebben overal naar je gezocht.”

“Jullie staan op de camping in Petten toch?”

“Ben je niet moe?Je bent bijna helemaal naar Schoorl gefietst.”

 

De herrie van de straten maakte hem wakker. Hij was een beetje misselijk maar werd meteen vrolijk. Het had de nodige biertjes gekost om de knoop door te hakken. Met zijn ellebogen op de bar had hij de barman scheel aangekeken en gezegd dat hij naar huis moest. De barman reageerde door een doekje over de bar te halen. Hij draait zich om naar het nachtkastje. Daarop het omgeboekte ticket. Zijn vlucht ging over een paar uur al.

Toen hij het strandpaviljoen binnenkwam, voelde hij de collectieve zucht van opluchting. Zijn moeder was onkarakteristiek stil. Zijn vader probeerde streng en grappig tegelijk te zijn. Zijn zusje, met haar glimmende donkere ogen, stond te wiebelen van enthousiasme. Zij had zich geen zorgen gemaakt:

“Iedereen zei dat je helemaal naar Schoorl ging fietsen. Ik wist wel dat je terug kwam, want je zou zien dat school dicht is en omdraaien.”


Hij moest naar rechts maar ging naar links