Nice, 1941. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang en de dan al bekende kunstenaar Henri Matisse, die aan een zeer agressieve vorm van darmkanker lijdt, ondergaat een zware chirurgische ingreep. De operatie – hoewel uiteindelijk succesvol – gaat gepaard met veel complicaties die bijna resulteren in zijn dood. Matisse krijgt, terwijl hij ligt te herstellen in zijn ziekenhuisbed, een naar bericht; de artsen schatten dat hij nog maximaal zes maanden te leven heeft. Hij is op dat moment 72 jaar. Wat hij dan nog niet weet, is dat zijn leven en een verrassende wending zal nemen en een stuk langer duurt dan verwacht.

Matisse in 1933. Foto van Carl von Vechten. LOC, public domain WikiMedia
Een ‘jonge en mooie verpleegster’

Na het zwartgallige nieuws van de artsen, besluit Matisse alleen nog maar te doen waar hij zelf zin in heeft zonder verantwoording af te leggen aan anderen. Hij heeft pijn, kan nauwelijks eten en zijn verbanden moeten dagelijks verwisseld worden. Een beetje hulp en gezelschap kan hij wel gebruiken. Hij plaatst daarom een advertentie in de krant waarin hij zoekt naar een ‘jonge en mooie verpleegster’. Het antwoord komt in de vorm van Monique Bourgeois, een 21-jarige verpleegster en – niet onbelangrijk – kunstliefhebster. Er ontstaat een vriendschap tussen de twee die acht jaar later zal leiden tot naar Matisse’ eigen zeggen ‘meesterwerk van zijn bestaan’.

De jonge Monique, die zelf ook schildert, verzorgt Matisse vol toewijding en leert van hem over perspectief en kleurgebruik op het doek. Ook vraagt Matisse haar regelmatig naar haar mening over zijn schilderijen, waar ze altijd eerlijk en nooit met valse complimenten op reageert. Haar ongezouten mening valt bij Matisse juist in goede aarde.

Op een dag vraagt Matisse haar te poseren voor een schilderij. Ze krijgt een avondjurk van chiffon aan met een diep decolleté. Ze voelt zich mooi maar het is ook onwennig, want een dergelijke elegante jurk heeft ze nog nooit gedragen. Over het resultaat is ze minder te spreken want ze beschrijft het schilderij oneerbiedig als ‘lijnen en gekleurde verfklodders’. In het boek Henri Marisse, La chapelle de Vence dat ze in 1993 schrijft over hun vriendschap verklaart ze dat ze niet begreep waarom Matisse haar als model had gewild. Haar ouders hadden haar immers altijd verteld dat ze lelijk was. Matisse daarentegen zei te houden van haar ‘statige uitstraling en onderliggende kracht’.

Later, onder andere door WOII, verliezen de twee elkaar uit het oog tot het lot ze in ’43 weer bij elkaar brengt. Matisse is inmiddels nog steeds niet bezweken aan zijn zwakke gezondheid maar vreest wel voor zijn leven wegens het op de loer liggende oorlogsgeweld in Nice. Om hieraan te ontkomen besluit hij te verhuizen naar het veilige, en dichtbijgelegen Vence. Monique strijkt letterlijk aan de overkant van de straat neer in een Dominicaans klooster waar ze verblijft om te genezen van tuberculose. De twee zijn dolgelukkig dat het lot ze weer bij elkaar brengt en Monique begint weer te poseren voor Matisse.

Uitzicht op Vence
Monique Bourgeois wordt zuster Jacques-Marie

In 1946 besluit Monique non te worden en toe te treden tot het Dominicaanse klooster. Vanaf dat moment zal ze door het leven gaan als zuster Jacques-Marie. Matisse, vrijgevochten kunstenaar en wars van religie, staat niet achter haar keuze en probeert haar uit alle macht op andere gedachten te brengen. De twee beginnen een felle briefwisseling over het geloof waarin ze elkaar proberen te overtuigen van hun gelijk. Een aantal maanden en brieven later schrijft Matisse een brief waarin hij zijn excuses aanbiedt en in elk geval haar beslissing aanvaardt. Hoewel ze het nooit eens worden, blijft hun vriendschap intact.

Zuster Jacques-Marie en de rest van de nonnen gebruiken rond diezelfde periode een oude lekkende garage als kapel en maken plannen om een nieuwe kapel te bouwen. Om hen hierbij te helpen, komt er speciaal een jonge Dominicaanse priester over uit Parijs. De geestelijke blijkt groot fan te zijn van Matisse’s werk en zuster Jacques-Marie is bereid om een meet-en-greet voor hem te regelen. De kunstenaar woonde immers aan de overkant van de straat. Tijdens de ontmoeting komt het gesprek logischerwijs op de bouw van de nieuwe kapel. Matisse verklaart dan dat hij – in samenwerking met Jacques-Marie – de ramen en decoratie op zich wil nemen omdat hij het belangrijk vindt dat er een waardige kapel komt voor Jacques-Marie en de andere zusters. In die context werd het idee voor La chapelle du Rosaire geboren.

Weerstand vanuit het klooster

Over het algemeen was men in de omgeving dolenthousiast dat zo’n bekende en geroemde kunstenaar hoogstpersoonlijk deelnam aan dit bouwproject. Helaas gold datzelfde enthousiasme niet voor een aantal nonnen en zeker niet voor Moeder-Overste, die het absoluut niet kon verkroppen dat een of andere kunstenaar die naakte lichamen schilderde en, nog érger, atheïst was, op zo’n manier gelieerd was aan ‘haar’ kapel. Ze bleek onvermurwbaar en slechts door de tussenkomst van een hogergeplaatste geestelijke uit Parijs, kon het project doorgaan. Zuster Jacques-Marie werd aangewezen om tijdens de constructie van de kapel de pais en vree te bewaren tussen de behoudende Moeder-Overste en de eigengereide kunstenaar. Dit was geen sinecure. Jacques-Marie beschrijft deze periode in haar boek als ‘vier jaar barre ellende’.

De bouw van de kapel

Matisse, die inmiddels de leeftijd heeft bereikt van 80 jaar, legt zich ondanks alle beren op de weg volledig toe op dit project. Hij raakt geobsedeerd door alle details van de kapel en besteedt het grootste deel van zijn tijd aan het uitwerken van ontwerpen. Dit alles doet hij zittend want vanwege zijn slechte gezondheid kon hij nauwelijks langer dan een paar minuten staan.

Glas-in-loodramen in de kenmerkende stijl van Matisse.

Jacques-Marie fungeert bij het hele proces als zijn rechterhand en heeft ook qua ontwerpen een vinger in de pap. Ze construeert precies volgens de aanwijzingen van Matisse een triplex model van de kapel die 1/10e is van de daadwerkelijke afmetingen. Op deze manier ontwerpt Matisse vol overgave elk detail van de kapel: de felgekleurde glas-in-loodramen, de vloer, de decoraties en zelfs de overkleden van de priesters. Zijn stijl is vrijzinnig maar hij maakt wel gebruik van traditionele religieuze motieven zoals kruisen, palmbladeren en andere natuurlijke vormen. Tijdens het ontwerpproces begint hij met ingewikkelde voorstellingen die gaandeweg steeds meer versimpelen totdat er een vrij gestileerde en bijna stripachtige versie overblijft van de lijdensweg in Christus.

De voltooiing van een meesterwerk

Na drie jaar noeste arbeid wordt in 1951 La Chapelle du Rosaire dan eindelijk officieel geopend. Dit was reden tot opluchting na alle strijd met Moeder-Overste en wegens de uiterst broze gezondheid van de kunstenaar. Matisse, inmiddels 82 jaar, maakt hij de feestelijke opening van zijn meesterwerk nog mee. De overwinning smaakt zoet en het resultaat mag er zijn. Zowel Matisse als Jacques-Marie zijn trots op de voltooiing en het resultaat van hun gezamenlijke project. Hun vriendschap is er alleen maar meer door versterkt. Toch zouden ze het over één ding nooit eens worden. Wanneer de non de schilder vertelt dat ze ervan overtuigd is dat hij geïnspireerd moet zijn geweest door God zegt hij ‘Ja inderdaad, maar die God was ik zelf’.

Een regen van bloemen

Kort na de opening van de kapel krijgt de pers lucht van de vriendschap tussen de twee en verschijnt er direct een suggestief artikel in de krant over de aard van hun vriendschap. Een van de verslaggevers is zelfs zo vrijpostig om Jacques-Marie te vragen of ze ooit naakt had geposeerd voor de oude kunstenaar. Dit ontkent ze stellig en ze verklaart Matisse altijd te hebben gezien als grootvaderfiguur. Jaren later vertelt ze documentairemaker Barbara Freed dat er – hoewel platonisch van aard – wel een zeer innige en speciale band was tussen haar en de oude kunstenaar. Matisse beschrijft hun relatie in een brief aan een vriend als een ‘fleur-tation’, ‘Wat plaatsvindt tussen ons is als een regen van bloemen; we gooien rozenblaadjes naar elkaar,’ aldus Matisse. De rest van hun leven zouden er vragen blijven komen over de aard van hun vriendschap.

Matisse overlijdt drie jaar na de opening van de kapel, in 1954, in zijn appartement in Nice. Het is een wonder dat hij nog zo lang aan de dood heeft weten te ontkomen. Hij leefde immers al 13 (!) jaar langer dan de artsen in ’41 hadden voorspeld. Zuster Jacques Marie krijgt zelfs na vele smeekbedes geen toestemming om naar de begrafenis van de seculiere kunstenaar te gaan. In 1993 schrijft ze haar boek Henri Marisse, La chapelle de Vence en in 2003 vertelt ze uitgebreid over de veelbesproken vriendschap en over de bouw van de kapel aan documentairemaakster Barbara Freed. In 2005 ziet zij het laatste levenslicht in een klooster in de buurt van Biarritz. Haar begrafenis vindt plaats in de Chapelle du Rosaire. Tijdens de plechtigheid zijn niet alleen nonnen maar ook familieleden en nakomelingen van Matisse aanwezig. Haar kist is omringd met een grote hoeveelheid anemonen, een inspiratie voor diverse elementen in de Chapelle du Rosaire en de favoriete bloem van Matisse. Het is een eerbetoon aan een liefdevolle en onalledaagse vriendschap, net als de kapel zelf.


Vandaag de dag is La Chapelle du Rosaire deels open voor publiek maar de kapel is nog steeds in gebruik voor religieuze diensten. Als bezoeker kun je er uiteraard de kapel zelf bekijken evenals diverse foto’s van Matisse en Monique, (bouw)schetsen en het triplex model. Daarnaast lees je er alles over de totstandkoming van deze prachtige en onalledaagse kerk. Aan de al dan niet bestaande ‘fleur-tation’ tussen de twee wordt in het bezoekerscentrum niet gerefereerd. Mocht je er in de buurt zijn, sla de Chapelle du Rosaire niet over. Wij vonden het, alleen al vanwege het prachtige ontwerp, erg de moeite waard.

Bezoekersinformatie:
Chapelle du Rosaire, 466 avenue Henri Matisse, 06140 VENCE.  FRANCE
Voor openingstijden klik je hier.

Meer te weten komen over dit onderwerp?
Lees:
Henri Matisse – The Vence Chapel (zie link)
Door: Sœur Jacques-Marie and Barbara Freed

Of kijk de documentaire:
A Model for Matisse: The Story of the Vence Chapel.
Door: Barbara Freed.

Klik hier voor een klein stukje uit de documentaire.