Wist je dat Christoffel Columbus een huis heeft in de Ligurische hoofdstad Genua en dat ‘Staglieno’ een van de meest indrukwekkende begraafplaatsen van Europa is? Precies. De zwijgzame Genuees vertelt je dat niet meteen. De havenstad en zijn inwoners zijn een beetje apart. Dat is ook hun charme.

‘It’s a bastard city’ zegt de Genuees in gebroken Engels tegen ons. Mijn vriend en ik zitten in de kleine trattoria Maria. Sinds 1946 worden hier eenvoudige gerechten voor betaalbare prijzen geserveerd. De mintgekleurde muren waarvan de verf gedeeltelijk afbladdert, de geur van eten en de knusse sfeer – het is net als in Nonna’s huiskamer. Alsof de tijd hier heeft stil gestaan.

De pranzo – de lunch

Het is lunchtijd en mijn vriend en ik zitten naast een Italiaans stel. We vragen hun waar we ‘s avonds heen moeten gaan. Na een discussie van tien minuten en veel voorgestelde opties, die daarna weer van tafel worden geveegd, is het paar radeloos. Ze beginnen te klagen over hoe slecht de stad ervoor staat. Dat is typerend. Italianen houden van klagen en doen het met volle overgave. Ik moet als half-Genuese eerlijk toegeven: de stad verwelkomt je niet met open armen. Om zicht op zee te krijgen moet je bijvoorbeeld moeite doen en je weg vinden door de labyrintachtige, donkere steegjes.

smalle straatjes, Genua
Om zicht op zee te krijgen moet je je weg vinden door dlabyrintachtige, donkere steegjes. Foto: Sven Driesen.

Oudste oude stad van Europa

We lopen door de smalle straatjes. Het uitzicht naar boven is beperkt, zo dicht staan ​​de huizen bij elkaar. Sokken en onderbroeken hangen aan de waslijn, die tussen de huizen van verschillende buren is gespannen. ‘Caffè?’ zeg ik tegen mijn vriend, die voor de eerste keer in Genua is. Hij knikt. Als ik mijn portemonnee wil pakken, kan ik hem niet vinden dus snel ik terug naar de trattoria. Godzijdank! Hij ligt nog steeds op de stoel. Maar waar is mijn vriend gebleven? Elk straatje lijkt op het andere. Waar eerst nog mensen waren, is nu niemand meer. Het wordt donker in de kronkelende oude stad. Kleine criminelen slaan hier hun slag en prostituees bieden zich aan in de oude straten bij de haven. Dat is tenminste wat mijn moeder altijd zei. Ik krijg een angstig gevoel. Ik voel een hand op mijn schouders en schrik me dood. ‘Haha,’ lacht mijn vriend en vraagt: ‘En waar zijn alle gebouwen waar je het altijd over hebt?’

Fabrizio de André, 20 jaar
Cantautore Fabrizio de André (1940 – 1999), op 20-jarige leeftijd. Aan Fabrizio de André en andere Genuese zangers is een museum gewijd: het Via del Campo 29 rosso.

De iets andere Italiaanse stad

De beroemde Genuese cantautore Fabrizio de André zingt graag over zijn geboortestad. De bekende renaissance- en barokgebouwen keerde hij normaal gesproken de rug toe. Hij keek de andere kant op en vertelde op een poëtische manier over de hoeren, de matrozen en de harde stoep. Op het eerste gezicht draait het in deze stad, vóór de geboorte van Christus gesticht door de Grieken en de lokale bewoners, niet om de architectonisch en historisch imposante gebouwen. Al kun je hun grandeur en invloed op het straatbeeld moeilijk ontkennen. Zo is er het Palazzo Rosso of het Palazzo Bianco in de oudste straat, de via Garibaldi, waar de adellijke Genuese families woonden. Deze behoren net zoals de kronkelende oude stad met de zogenaamde ‘Vicoli’ tot het werelderfgoed van de Unesco. Dan is er ‘Staglieno’, een van de grootste begraafplaatsen van Europa. Om nog maar te zwijgen van het Palazzo Ducale, de kathedraal van San Lorenzo en, oh ja, het Palazzo San Giorgio, waar in 1407 de eerste bank in Europa werd gesticht. Dat past goed bij de stad, want de Genuezen worden als de gierigste Italianen beschouwd. De lijst met bezienswaardigheden is lang. Maar het weer is te mooi om rond te lopen in de donkere straten. We besluiten om naar de zee te gaan.

 

Langs de zee

Genua heeft een uitgestrekte promenade, de kilometerslange ‘Corso Italia’. We wandelen ontspannen langs de zee en kijken naar de palazzi en de Ligurische kust. De kerk van Sant’Antonio biedt een schilderachtig uitzicht op een kleine baai en de typische pastelkleurige huizen van de hele Riviera. Als kind was de kleine visserswijk ‘Boccadasse’ al een van mijn favoriete plekken, omdat je hier het beste ijs ter wereld kan eten en omdat het hier altijd levendig en kleurrijk is. De lokale bevolking zit bij mooi weer graag op de rotsen of drinkt een espresso aan de bar.

Espresso en voetbal

Om in gesprek te komen met de Genuezen, die meestal geen contact zoeken met vreemden, moet je gewoon over voetbal praten. Genua heeft de CFC Genoa, de oudste voetbalclub van Italië. Wat ook werkt: koop de roze krant ‘Gazzetta dello Sport’ en ga aan een bar zitten met een espresso. Dat mijn vriend maar een paar woorden Italiaans spreekt, merkte de meneer pas na tien minuten. Hij verandert van onderwerp en vraagt ​​ons of we al focaccia hebben gegeten?  ‘Het is het beste om ‘s morgens vroeg te beginnen met een caffè latte! Dan staat de tijd even voor mij stil!‘ lacht hij.

huizen en was, Genua
Was hangt te drogen aan de waslijn die tussen de huizen is gespannen. Foto: Sven Driesen.

Mijn tweede thuis

Toen ik zelf klein was, droeg mijn opa een pak en een hoed en zei met een grijns: ‘Ik heb een belangrijke vergadering.’ Een half uur later kwam hij terug, de krant en een halve kilo focaccia in de hand. Mijn ochtend begon dus meestal met een vers stuk zout brood. Als kind bracht ik de dagen spelend met mijn neven door, de ‘Cugini’, en we genoten van het verrukkelijke ijs.

Dat Genua geen typische toeristenbestemming is, realiseerde ik me al op school, als ik over mijn tweede thuis vertelde. De meeste kinderen kenden de naam alleen vanwege de haven. Sommigen waren met een boot uit Genua vertrokken, maar hadden de stad zelf niet bezocht. ‘La Superba’ wordt de stad die tussen de heuvels en de zee ligt  door sommigen genoemd. Anderen noemen haar ‘de bastaardstad’. Genua heeft veel gezichten. Kies er een.

de lucht kleur roze, Genua
De lucht kleur roze boven Genua. Foto: Sven Driesen.

Authentieke specialiteiten, mijn top 5:

Gelateria Amedeo

Hier vind je het beste ijs ter wereld en ik overdrijf niet. De Gelateria in de kleine pittoreske baai Boccadasse is de oudste van de stad en bestaat sinds 1918.  Must do: bij de ‘Semifreddi’ de smaak ‘Panera’ (romige koffie) kiezen. Ik smelt altijd met het ijs mee. (Piazza Nettuno 7)

Scassa Diavoli

Zin in aperitivo? Dan is de bar Scassa Diavoli naast de kolossale Via XX Settembre de plek om met Campari, Martini of Negroni van een paar hapjes te genieten. Ze serveren hartige gerechten voor weinig geld, zoals de specialiteit ‘Frioxe’, kleine knapperige deegballen.(Via Cesarea 45)

Trattoria Maria

De ideale plek om te genieten van een betaalbaar menu in een authentieke sfeer in een van de smalle straatjes in de buurt van de Via Garibaldi. Net als bij moeder thuis kun je lekkere lokale gerechten op typische rood-witgeblokte tafellakens eten. Niet overslaan: de ‘minestrone alla Genovese’ (groentesoep). (Vico Testadoro 14)

 

 

 

La Buca di San Matteo

Dit restaurant is in een van de mooiste ‘Vicoli’ van de oude stad. Buiten wordt voor lange wachttijden gewaarschuwd, omdat er bij het bereiden van het eten veel aandacht aan de verse ingrediënten en hun presentatie wordt besteed.Het kan dus langer duren dan normaal voordat je het eten geserveerd krijgt. Als je tijd hebt, bestel dan de verse pasta met de authentieke Pesto di Prà. (Via Chiossone 5r)

Antico Forne

De lekkerste snack in Genua: La Focaccia. De broodachtige specialiteit met veel olijfolie is op elke hoek te krijgen. Deze bakkerij, sinds 1961 gevestigd in de buurt van het huis van Christoffel Columbus, verkoopt een focaccia die tegelijkertijd zacht en knapperig is. (Via Ravecca 72r)

Lezen:

Schrijver en dichter Ilja leonard Pfeijffer woont in Genua en schreef met La Superba een lofzang op de stad. De roman over de stad en over de liefde won in 2014 de Libris Literatuurprijs. Het perfecte boek voor, tijdens of na je bezoek aan de Noord-Italiaanse stad. Ook geschikt voor een reisje vanuit de luie stoel.