Dit is een verhaal van een sentimentele Amsterdammer die noodgedwongen naar Nijmegen verhuist en naar aanleiding daarvan nog wat aardige tips geeft voor leuke restaurants, cafés en koffietenten in de oude stad aan de Waal. Geen zin in het gezever van een ex-Amsterdammer met een identiteitscrisis? Ga dan direct door naar 20 tips voor eten en drinken in Nijmegen!

Ik had mijn eerste openbare coming-out in een interview van 10 minutes on a mango tree. Ik, zelfverklaarde Amsterdammer in hart en nieren, zou naar Nijmegen verhuizen. Ik was een van die starre Amsterdamse klootzakken. Zo iemand die semi-geestig zei uit principe nooit verder dan de molen van Brouwerij het IJ in Oost te gaan. Ik verliet de stad enkel om naar Schiphol te gaan en vond Utrecht al een mijl op zeven. Ik stond te juichen als vrienden huizen kochten in Amsterdam en zag mezelf in de toekomst met een bakfiets vol koters door de stad fietsen. Kortom: tegen wil en dank was ik een vleesgeworden cliché van de Amsterdamse yup die ik tijdens mijn studententijd nog belachelijk maakte. (Tot overmaat van ramp ben ik ook nog zzp’er, doe ik aan yoga en drink ik graag natuurwijnen.) En ik kom niet eens uit Amsterdam, maar uit Santpoort-Zuid, een dorp in de buurt van Haarlem.

Goed. Tot zover de introductie van mezelf.


“Ik was een van die starre Amsterdamse klootzakken.”

Ik verhuisde naar Nijmegen voor de liefde. Mijn vriend heeft een goede opleidingsplek in het Radboud ziekenhuis en dat houdt hem voor ruim zeven jaar aan Nijmegen verbonden. Na jarenlang heen-en-weer forenzen, dubbele huren, overvolle weekends en discussies over geven en nemen was het genoeg geweest. Een van ons moest water bij de wijn doen.

Hoewel ik me er ruim drie jaar op had kunnen voorbereiden, viel de break-up met Amsterdam me na ruim 12 jaar zwaar. Amsterdam belichaamt voor mij het ideaal van een wereldstad vol kansen, waar de mensen wars zijn van bekrompenheid en met een sociaal-maatschappelijke en culturele allegaar aan bewoners en bezoekers. Bovendien is Amsterdam de thuishaven van veel mensen van wie ik houd. Het voelt daardoor alsof ik een deel van mezelf moet achterlaten. Dat gevoel werkt tegelijkertijd bevreemdend. Want zou je ‘Ik’ – je identiteit in de meest pure vorm – niet volledig los moeten staan van zoiets basaals als een woonplaats? Exact deze vraag, die voortvloeide uit mijn verhuizing, heeft mij voor een ontologische kwestie gesteld waar ik tot de dag van vandaag uit probeer te komen. Het antwoord heb ik nog niet.

Met betraande ogen pakte ik mijn spullen in, snikkend zat ik in de verhuiswagen en hardop huilend zat ik een week later weer op de fiets in Amsterdam. Mijn leed was (buitenproportioneel) groot. Nu zes maanden later, mis ik de stad, mijn vrienden en familie nog steeds verschrikkelijk. Op zonnige voorjaarsdagen verlang ik naar ik de rush van zomers optimisme en de eerste lentebiertjes met vrienden in de zon. Op regenachtige dagen mis ik de ondergelopen straten en het Amsterdamse chagrijn. Ik heb heimwee naar de scheve huizen, de tomeloze energie en de stijfkoppige mensen met hun grote smoel. Zelfs de rotzooi, de toeristen en het onbeschofte gedrag in het verkeer stemmen me nostalgisch.

Amsterdam op z’n best


“Zelfs de rotzooi, de toeristen en het onbeschofte gedrag in het verkeer stemmen me nostalgisch.”


Ik weet niet precies waarom het vertrek me zo zwaar valt, al is het duidelijk dat er twee conflicterende belangen zijn. De liefde voor een woonplaats en de liefde voor een andere persoon. De romantische liefde gaf de doorslag maar het was een serieus dilemma. Toch vond ik het, naast het behouden van mijn relatie, ook voor mijn eigen ontwikkeling goed om eens ergens anders te gaan wonen. Niemand wil namelijk die zelfingenomen randstedeling zijn die niet verder kan kijken dan de stadsgrenzen en die zich angstvallig vastklampt aan een zelf aangemeten identiteit. Dat punt dreigde ik te bereiken of had ik misschien al bereikt.

Ik kan nog niet zeggen dat ik me Nijmegenaar voel. Ik heb van toerist (die de stad af en toe bezocht) wel de switch gemaakt naar expat (die er daadwerkelijk woont). Maar ingeburgerd? Nee. Het kost me moeite om het echte platte Nijmeegs te verstaan, mijn directheid zorgt nog regelmatig voor verbaasde blikken en ik voel me unheimlich als ik ’s avonds door verlaten straten fiets. Daar komt bij dat sommige Nijmegenaren niets moeten hebben van Amsterdammers. ‘Laat ze vooral lekker daar blijven, dat arrogante volk,’ lees ik regelmatig onder nieuwsartikelen die gaan over het toenemend aantal Amsterdammers in Nijmegen. Zodra ik mijn mond opendoe, ben ik bang dat ik het verraad; ik ben niet van hier. Ik ben import. Ik ben een expat. Erger nog: ik ben een Amsterdammer met heimwee.   

Het is daarom zaak zo snel mogelijk in te burgeren. Ik probeer mijn keiharde g in toom te houden en kan inmiddels rondfietsen zonder navigatiebegeleiding van Google Maps. Ik heb een stamkroeg waar ik graag werk, een rittenkaart bij een leuke yogaschool en ik ben begonnen met een teken- en schildercursus. Want begrijp me niet verkeerd: Nijmegen heeft echt z’n charme. Het is een historische stad, er zijn talloze leuke cafeetjes en restaurants, de Nijmegenaar is vriendelijk, het is er net een paar graadjes warmer en je kunt er ’s zomers zwemmen in de Waal. De grootste pre is natuurlijk dat ik weer samen met mijn liefde in een stad woon.


“Ik probeer mijn keiharde g in toom te houden en kan inmiddels rondfietsen zonder navigatiebegeleiding van Google maps.”

Ondertussen bezoek ik mijn oude heimat ten minste één keer per week voor werk en sociale doeleinden. Dan krijg ik een broodnodig shotje Mokum. Met volle teugen adem ik het fijnstof in, met een bijna verliefd gevoel raas ik over de fietspaden en vol vertedering kijk ik naar de hulpeloze toeristen die de weg zoeken. Terug in de trein voel ik mij ontworteld. Weemoedig glijd ik door Oost, langs de Amstel en dan richting Utrecht en totdat de stad zich langzaam van mij verwijdert. Pas bij Ede-Wageningen maakt de weemoed plaats voor berusting (vooral omdat ik dan besef dat ik ook dáár had kunnen eindigen).

De meeste expats blijven op één plaats zolang zij er zelf werken of hun partner er een baan heeft, en trekken daarna verder of keren weer terug naar het land van herkomst. Ook voor mij is Nijmegen een tussenstop. Over vier jaar wonen ik en mijn lief zonder enige twijfel weer in Amsterdam, met – als het ons gegund is – een bakfiets vol met schreeuwend kroost. Misschien worden ze wel geboren in Nijmegen, maar ze zullen opgroeien in de stad die mij zo lief is. Dat weet mijn partner alleen nog niet. Hij is in de veronderstelling dat we hierna als echte expats naar Frankrijk verhuizen; iets met een grote tuin, een wijnkelder, een kookeiland en uitzicht op de Pyreneeën. Dit verhaal is dus eigenlijk een tweede coming-out. Misschien moeten we het er maar eens over hebben. 


Uiteraard deel ik als voormalig toerist maar inmiddels expatwife mijn favoriete plekken voor koffie, lunch, drankjes en diner in Nijmegen. Je leest het in 20 tips voor eten en drinken in Nijmegen.