Rood-groene voetbaltenues, een ruige kust, nostalgische trammetjes, verse vis en natuurlijk port. We hebben het inderdaad over Portugal, dat elk jaar miljoenen toeristen trekt. Die toeristenboom is iets van de laatste decennia: tot 1974 was het land een dictatuur en alleen voor avonturiers een geschikte reisbestemming. Een zachte revolutie bracht een einde aan het dictatoriale regime en de grote armoede van de bevolking. Hoe ging dat in z’n werk en wat is daar tegenwoordig nog in Portugal van te zien? Wij nemen je mee!

 

Een revolutie met bloemen in plaats van bloed

 

Op een ochtend klonk dit lied, Grândola, Vila Morena. Een bekend nummer dat de verbondenheid van de inwoners van het dorp Grândola roemt en, belangrijker, het afgesproken signaal voor een revolutie was. Een groep samenzweerders – hoge militairen, ontevreden over het Portugese beleid in de Afrikaanse onafhankelijkheidsoorlogen – wisten nu wat hen te doen stond: naar Lissabon trekken. Eerst naar de ministeriële gebouwen aan het Terreiro do Paço / Praça do Comércio, later naar de militaire politie aan het Largo do Carmo. De autoritaire leider van Portugal, Marcello Caetano, opvolger van de nog autoritairdere António Salazar, zat daar ondergedoken. De avond viel. Caetano droeg de macht over en vertrok als balling naar Brazilië. Portugal was bevrijd van bijna 50 jaar dictatuur.

Als je ooit in Portugal bent geweest en op de straatnamen hebt gelet, kun je misschien raden op welke dag dit gebeurde. Veel dorpen en steden hebben er een Rua, Avenida of Praça naar vernoemd: 25 april 1974. De Anjerrevolutie. Een coup van het leger, die snel gesteund werd door de burgers en die vrijwel bloedeloos verliep.

De revolutie maakte een eind aan de Estado Novo, de Nieuwe Staat (1933 – 1974). Dat was een autoritair, conservatief, fascistisch geïnspireerd regime, waarvan Salazar aan het hoofd stond. Hij had veel macht en regeerde Portugal decennialang, tot een hersenbloeding en zijn dood in 1970 daar een einde aan maakte. Salazars blik was vooral gericht op het eigen land en op de Afrikaanse koloniën, al sloot hij Portugal niet volledig af van de buitenwereld. Scholing vond hij niet belangrijk, met als gevolg dat een aanzienlijk deel van de bevolking arm en analfabeet was. Daarnaast wilde hij, ondanks grote opstanden, de Portugese koloniën behouden. Dit leidde tot lange, dure onafhankelijkheidsoorlogen en een hele generatie jonge mannen die het risico liep uitgezonden te worden. Uit onvrede hierover kwamen de militaire samenzwering en de revolutie voort.

De revolutie is bekend geworden als de Anjerrevolutie. Anjers waren die 25 april namelijk overvloedig aanwezig, al weet niemand precies waarom. Zouden bloemenverkopers ze spontaan hebben aangeboden, ze in de lopen van geweren hebben gestopt zodat daar geen kogels meer uit konden komen? Zouden ze voor een bruiloft besteld zijn die door de onrust niet doorging? Zouden ze naar het buitenland vervoerd worden maar op een gesloten vliegveld zijn gestuit? Hoe het ook zij: ze waren er en ze werden het symbool van de revolutie waarvan je ook tegenwoordig in Portugal nog veel sporen ziet.

 

salazar
António de Oliveira Salazar

 

De revolutie in het Portugal van vandaag

Naast de vernoemingen in straatnamen zijn er nog veel andere interessante Portugese plaatsen die een link hebben met de Anjerrevolutie. Een gunstige bijkomstigheid van een bezoek aan Portugal is dat een lekkere kop koffie met een lokale lekkernij nooit ver weg is. Wij combineren het nuttige met het aangename voor je in onderstaande lijst met historisch relevante én leuke tips.

 

Grândola

Het dorpje Grândola (100 km onder Lissabon) en dan specifiek de verbondenheid van de inwoners inspireerden zanger en componist Zeca Afonso tot het schrijven van Grândola, Vila morena. In het dorp staat een groot monument ter nagedachtenis aan de revolutie en aan het lied dat hiervoor het startsein gaf.

 

Peniche

Peniche is volgens eigen zeggen de meest westelijk gelegen stad van het Europese vasteland. Het ligt op een schiereiland, zo’n 100 km boven Lissabon, en heeft een oud fort. Hierin werden tijdens het dictatoriale bewind tegenstanders van Salazar opgesloten. De oude gevangenis is te bezoeken, al krijg je er voornamelijk de geschiedenis van de stad te zien. Vanuit Peniche kun je ook de mooie, deels onbewoonde Berlenga-eilanden voor de kust bezoeken.

 

Largo do Carmo, Lissabon

Marcello Caetano, de opvolger van Salazar, bracht zijn laatste uren als machthebber door in het hoofdkwartier van de militaire politie, de Guarda Republicana, aan het Largo do Carmo. Dat is een charmant en levendig pleintje in Lissabon. Bij de Quiosque do Carmo kun je een bica drinken met pastel de nata – Portugese espresso met Portugees gebak. Je kunt er uitkijken over de rest van de stad, bij de Elevador de Santa Justa en de kerk bezoeken die zwaar beschadigd raakte tijdens de aardbeving van 1755. Honderd meter verderop zit het standbeeld van schrijver Fernando Pessoa geduldig te wachten voor café A Brasileira (120 Rua Garrett) tot je met hem op de foto gaat.

 

koffie en pastel de nata
Koffie met pastéis de nata

 

Het graf van Salazar

Na de revolutie vond, opvallend genoeg, geen grote afrekening met het verleden plaats: Caetano moest in ballingschap, maar de meeste andere politieke kopstukken konden blijven. Salazar was op dat moment al vier jaar dood. Zijn graf in zijn geboortedorp Vimieiro (Santa Comba Dão, Viseu) is nog steeds te bezoeken, net als zijn geboortehuis. De straat waaraan dat ligt is naar hem vernoemd, alsof de opstand in Lissabon nooit het landelijke dorp heeft bereikt.

 

Van Ponte Salazar naar Ponte 25 de Abril

De iconische rode brug over de Taag, vlakbij Lissabon, heeft wel een naamsverandering ondergaan. In 1966 werd de brug geopend en Ponte Salazar genoemd, na de Anjerrevolutie Ponte 25 de Abril (een jaartal vond men onnodig). De brug hangt 70 meter boven het water, de torens zijn bijna 200 meter hoog en hij is meer dan een kilometer lang. De kleur en het ontwerp doen denken aan de Golden Gate Bridge van San Francisco. Hij is inderdaad geverfd met hetzelfde International Orange, maar het ontwerp is gebaseerd op San Francisco’s andere grote brug, de San Francisco-Oakland Bay Bridge. Bij voltooiing was het een van de langste hangbruggen ter wereld, en de langste hangbrug buiten de Verenigde Staten.

 

Aan de noordelijke voeten van de brug vind je LX-factory met winkels, galeries en restaurants op een oud fabrieksterrein. Vergeet vooral niet een kijkje te nemen in de bijzonder mooie boekwinkel Ler devagar, in een oude drukkerij. Ook als je geen Portugees spreekt: er is een uitgebreide selectie anderstalige boeken, je kunt er koffie drinken en concerten bijwonen.

 

brug lissabon
Ponte 25 de Abril, Lissabon

 

Praça 25 de Abril in Alcobaça: revolutie en revolutionaire liefde

Waarschijnlijk het mooiste 25-aprilplein bevindt zich in Alcobaça, een stadje zo’n 100 kilometer ten noorden van Lissabon. Aan het plein ligt het Mosteiro de Alcobaça, het klooster van Alcobaça (UNESCO-werelderfgoed). Het gotische gebouw (het eerste in Portugal) werd gebouwd in de 12e eeuw. In de kerk liggen de graftombes van koning Pedro I en Inês de Castro. Inês was de minnares van kroonprins Pedro, maar diens vader – koning Afonso IV – vond hun liefde te bedreigend voor de bestaande orde en liet haar vermoorden. Eenmaal zelf koning, kroonde Pedro haar postuum tot koningin van Portugal en werd ze herbegraven in de kerk van Alcobaça. Hijzelf ligt in een tombe tegenover haar, zodat ze elkaar in de ogen kunnen kijken op de Dag des Oordeels.

 

klooster Alcobaca
Het klooster in Alcobaça

 


Zin in nog een historische road trip door Portugal? Lees over Portugals eerste koning of onze tips voor Guimarães!